Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 149

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 149

3 minuten leestijd

147

En al deze boosheid, en deze zonde, wierd als overgoten met den glans en den luister der vorstelijke hofhouding.

man weten

we, dat hij den moed had, om zoobrandmerken. Joannes zei het Herodes aan, dat die vrouw de vrouw niet van hem, maar van zijn broeder was, en dat hij haar dus niet in zijn paleis mocht hebben. En Herodes, bij wien meer zinnelijke verliefdheid, dan opzettelijke boosheid in het spel was, vond dat Joanneïsch protest wel onaangenaam, maar dorst er toch niet tegen ingaan. Zelfs zocht hij in andere dingen Joannes ter wille te zijn, als om zijn misdadig leven met Herodias te vergoelijken. Maar zoo stond het met Herodias niet. Zij, die uit eerzucht, en om de rol van Koningin te spelen, haar man, als van mindere conditiën, verlaten, en de Arabische prinses van Herodes had weggedrongen zij haatte dien boetgezant, die Herodes in zijn conscientie greep. Want wie weet, hij mocht eens te veel naar Joannes luisteren en wat sprak haar dan borg, dat ook zij niet Koninginne af werd! Herodias was ook wel een zinnelijke persoon, maar bij haar diende de zinnelijkheid den trots van haar hart. Trots was haar eerste zonde de zinnelijkheid slechts middel om aan dien trots te voldoen. En trots haat. En daarom broedde ze op moordgedachten. Eerst als Joannes weg was, zou haar Koninklijke eere veilig staan. En nu kent ze Herodes. Ze kent hem in zijn zinnelijke zwakheden. Daar speculeert ze op. En nu ze misschien zelve reeds haar eerste fleur verloor om hem te boeien, misbruikt ze haar voorkind, Salome, om zijn zinnelijkheid te prikkelen. En zoo volvoert ze haar moordplan, en aldus komt Joannes in den kerker van Machaera tot

van

Slechts

één

veel ongerechtigheid te

;

;

;

zijn

dood.

Om

Vondel na te spreken, zou men hier, met een variant, kunvragen: „Wat kan de woeste eerzucht brouwen; wat is zoo schennig dat haar rouwt?" En die dat wreede, booze plan rijpen deed, was niet een man, maar een vrouw. Herodias bij Herodes, zooals Izebel bij Achab. Beide malen de man ook slecht, maar de vrouw nóg boozer en slechter. En vooral beide malen de vrouw het verst gaande in haat, in bitteren, doodelijken haat tegen den Getuige des Heeren. Toen tegen Elia hier tegen Joannes, den Elia des Nieuwen Verbonds. En zoo is het vrouwenhart, als het zich ten kwade keert, nog. Ontwikkelt het vrouwelijk hart zich edel, dan geurt het zooals geen mannenhart kan. Maar ook, glijdt het af en verdoolt het, dan is het in zijn haat tegen de mannen Gods nog veel hartstochtelijker. nen

;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 149

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's