Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 210
;
PILATUS' VKOUW.
198
Ze haar en
was,
gelijk uit
Mattheüs' evangelie
blijkt,
een vrouw, die op
man acht gaf; met hem meeleefde in de zaken van zijn ambt; hem volgde in elke moeilijke beslissing waarvoor hij geplaatst
stond.
Ook nu, nu Jezus' zaak voor Pilatus' rechterstoel was gekomen, haalt ze niet onverschillig de schouders op, om straks, als hij thuis komt, even te vragen hoe het afliep; maar ze stelt belang in dit rechtsgeding ze informeerde er blijkbaar naar, wie die Jezus was en toen ze inzag, dat hier van schuld geen sprake kon zijn, was ze in zorge over haar man, dat hij zich aan dien Jezus allicht mocht bezondigen. ;
;
Met zulke gedachten vervuld, sliep ze in en toen ze ontwaakte wist ze dat ze gedroomd had, en dat die droom haar benauwd had. Ze zei toch, dat ze veel geleden had om Jezus in haar nachtelijke sluimering. Veel gissing naar wat die droom mag geweest zijn, leidt tot niets en ook heeft het geen nut, om te verzekeren, dat het een door God rechtstreeks gewerkte droom moet geweest zijn. Dit toch is wel mogelijk, maar het is allerminst zeker; want er staat niets van. Ons houdende aan wat er staat, kunnen we dus alleen zeggen, dat deze vrouw, gelijk bij rijker gemoedslevens lang niet zeldzaam is, ook in haar droom worstelen bleef met diezelfde gedachte, die haar reeds wakende zooveel zorge had gebaard. Dat allerlei angstig voorgevoel haar had benepen, en dat dit voorgevoel zich in haar droomen in benauwende beelden en vormen had vastgezet. En dat ze, eindelijk uit dien droom ontwakende, door tweeërlei vaste overtuiging gekweld werd ten eerste dat die Jezus onschuldig was, en ten anderen, dat haar man ongeluk over zich zelven en over xijn huis zou brengen, zoo hij zich nochtans, met verkrachting van het ;
:
Rabbi bezondigde. Dat nu dit alles onder Gods bestel alzoo plaats greep, ontkennen we daarom niet. Eer gelooven we het vastelijk. Ook op die wijze heeft God de onschuld van den Man van smarte willen doen uitkomen. Alleen maar, Pilatus' vrouw is het waard, dat we ook op haar als de vrouw van Pilatus het oog vestigen. En dan voorzeker
recht, aan dien onschuldigen
spreekt hier vrouwelijke teederheid en zorge, om haar man terug te houden van een gruweldaad, die de wrake Gods na zich zou sleepen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's