Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 170
168
Het kwaad
is dns gestuit. Niet vanzelf, maar door een machtig Heeren. Hij zelf heeft door zijn voorzienig bestel de kerk van Thyatire gered. Maar het droeve feit bleef niettemin bestaan, dat een pas geplante kerk des Heeren zich op zoo schromelijke en schandelijke wijze, in geestelijke overspanning, aan den demonischen geest der heidensche toovenarij gekoppeld had, en in stede van haar God te verheerlijken, den naam des Heeren te schande had gemaakt. En daarom is het gevaarlijke bedrog van deze Sibyl opgeteekend, om het door Gods Woord aan de kerken in alle eeuwen te toonen, waar het uitloopt, als men den eenvoud des geloofs varen laat, naloopt wat de nieuwsgierigheid prikkelen kan, en, allerlei wereldsche verzinsels in de prediking van het Evangelie mengt. Dan wordt de geest overvoed. Het Evangelie in zijn heiligen eenvoud bevredigt de zucht naar het curieuse-pikante niet, en al spoedig wordt de kerk van Christus slechts een ledige vorm, die dienst doet om aan allerlei ongoddelijke geesten een positie en invloed te verzekeren. Dubbel gevaarlijk wordt dit, als de vrouw er bij in het spel komt. De vrouw moet niet in Christus' kerk willen leeren en geen leidster der geesten willen zijn. En poogt ze dit toch, en zoekt ze dan haar kracht in het vreemde en pikante, dan ligt ijlings het gevaar voor de hand, dat vleesch en geest zich dooreenmengen en die afschuwelijke toestanden openbaar worden, die de Schrift ons in het bedrijf der Nicolaieten leert kennen. D. w. z. van mannen en vrouwen, die zich niet vroom en kuisch voordeden, om in het geheim hun lust bot te vieren, maar lieden, die openlijk de duivelsche bewering opstelden, alsof volgen van het vleesch juist een kenmerk van hoog-geestelijken zin was. Geestelijke gruwelen, die zich alle eeuwen door in Christus' kerk bestendigd hebben, en die ook in onze eeuw en in ons land volstrekt nog niet ganschelijk verdwenen zijn, maar gedurig weer opduiken onder den vorm van het Antinomianisme. Nu moet heilige toorn hiertegen telkens opnieuw in Christus' kerk
ingrijpen
des
opwaken. Geen oogenblik moogt ge aan het booze praten van deze geesten uw oor leenen want hoe ze het u ook beredeneeren willen, uw onmiddellijk besef zegt u, dat Christus met dezen Belial geen gemeenschap kan hebben. Slechts onderscheide men steeds wel tusschen de verleiders en de ;
verleiden.
Wie zulke dingen drijft, moet in heiligen toorn gestraft en uit Christus' kerk gebannen. Met zoo onheilige geesten mag geen gemeenschap gepleegd. Maar de misleiden, die door
al
het zoet en zondig gekeuvel waren
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's