Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 91
: ;
89
bewind over de tien Stammen voerde, en een vrouw die, evenals Jerobeam zelf, onder allerlei valsch bijmengsel, toch nog aan de vereering van Jehovah vasthield. Van haar kinderen kennen we er twee. Abia heette de één, Nadab de ander; en in die twee kinderen had zich, gelijk men dat meer en het kwade van hun ouders gesplitst. Abia was ziet, het goede de erfgenaam van wat er aan vreeze Gods in hun hart school, en Nadab de erfgenaam van hun afgodische dwaasheid. Van Abia toch staat er, toen hij nog zeer jong stierf: „dat er iets goeds voorden 13); en van Nadab: „dat Heere in hem gevonden was" (1 Kon. 14 hij deed dat kwaad was in de oogen des Heeren" (1 Kon. 15: 26). Zooals het nu met de meeste menschen gaat, die nog half aan God vasthouden en half'o\) de wereld leunen, gingen ook deze Koning en deze Koningin weer aan God denken, toen er tegenspoed in hun paleis kwam. Hun liefste kind werd hard ziek, en welhaast lag Abia op sterven. Dit maakte Jerobeam toen weer vroom. Nu wilde hij bij den God Israëls weer hulpe zoeken. En zoo dacht hij weer aan den ouden profeet Ahia, die hem eens geprofeteerd had, dat hij Koning zou worden. Naar dien Ahia moest heengezonden. Die zou wel weten, hoe het met zijn zieken Kroonprins gaan zou. :
Silo, naar Ahia toegaan? vraag was Jerobeam niet op zijn gemak. Zijn conscientie sprak en verweet hem, dat hij Ahia's raad in den wind geslagen en toch zijn gouden kalveren opgericht had. Neen, als Ahia wist, dat het zieke kind zijn kind was, dan zou zijn profetie van niets dan dood en graf voor zijn kind spellen. En dus, Ahia moest wel gevraagd, maar hij moest niet weten, van wie het kind was. En daarom nu zegt hij, onder vier oogen, tot de Koningin „Weet ge wat ge doet? Ga zelve. Trek gewone burgerkleêren aan en neem een geschenk meê zooals een gewone burgervrouw zou brengen. Dan weet Ahia niet voor wie het is, en hebt ge kans, dat hij voor onzen lieveling het leven profeteert." En in plaats dat de Koningin toen gezegd had „Man, dat may ik niet doen. Dat ware Gods profeet bedriegen. En dat juist zou
Doch wie zou naar Over
die
:
Gods toorn over ons brengen", zegt ze niets tegen; doet ze stil wat haar Gemaal haar zegt en gaat ze als een burgerjuffer gekleed ;
naar Silo op
reis.
slecht bekomt het haar. Ahia, door Goddelijke ingeving van haar komst en bedrog onderricht, ontvangt last, om haar den dood niet alleen van haar kranke kind, maar den ondergang van geheel Jerobeams Huis aan te kondigen.
Doch
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's