Van het kerkelijk ambt - pagina 9
Gereformeerde Stemmen.
Het ambt
2.
de omschrijving, die we van het be„ambt" gaven in hoofdzaak juist, dan kan er o. i. ook geen twijfel rijzen over de vraag of de diensten, die in de Christelijke kerk geordend zijn, den naam van ambt al dan niet verdienen. Ambten zijn de kerkelijke diensten ongeIs
grip
twijfeld; ze
dragen er
Want wel worden met name door den
al
ze
de kenteekenen van.
„diensten''
genoemd,
apostel Paulus, en
is
voor
in
de Kerk.
aanwezig gelijk
is
macht;
een
dat
om
mist
is; dat Christus onze Koning niet aan een aardsch koning van beperkte
koning de macht
aardsch
in zijn rijk overal
tegenwoordig
juist
deze macht
zijn
bezit;
en
ook altoos
om
overal tegenwoordig te
dat
zelf
verklaard heeft:
hij
deze macht
feitelijk
want
uitoefent,
„Waar twee
dat
naam vergaderd zijn, daar ben ik midden van hen." Toch snijdt deze opmerking geen
men dus
onzen Catechismus volstandig.
van
die
Bedienaren
des
niet te sterk, uit
den term
leide
men
komen we er later op maar nu reeds moest aangestipt, waarom het woord „dienaar" hier niets kan beslissen. Over het algemeen doet men wel, met aan de termen en woorden ten deze niet te niet te veel af. Natuurlijk terug,
sterk
hangen, en gaat
te
men
veiliger
door
met de kenmerken van het begrip zelf van „ambt" te rade te gaan. En doen we dit, dan durven we vertrouwen, dat schier alle
Ten zijn
eers/e
eigenlijk
zakelijkheid
schen
te
in
om
de hulp of dienst van menjuist dit is het
de kerkelijke diensten plaats
grijpt.
Er moet een heilige macht over de gedoopten worden uitgeoefend, en hiertoe wordt de hulp of dienst van menschen gebezigd, en juist uit de noodzakelijkheid om dezen dienst van
menschen te bezigen is de instelvan den kerkelijken dienst
ling en bezetting
voortgevloeid.
Het
is
wat de weerden,
zoo,
Christus,
die
zijn
dit
Geest"
en
majesteit
in ons vleesch
plaatselijk
den hemel verkeert,
in
niet
met
zijn
„genade,
overaltegenwoordig
in
Lichaam zou wezen; maar we stemmen van heeler harte toe en belijden het met
Ware
dus uitsluitend sprake van eene
er
noodzakelijkheid
die
uit
gebrek aan macht
zoo zouden de Kwakers gelijk
voortvloeide,
hebben; maar zoo is het niet. De diepste grond van noodzakelijkheid ligt niet in de natuur der dingen. Een aardsch koning mist de macht om in zijn rijk overal tegenwoordig te zijn volstrekt niet,
armen doelden hier zelfs op, en de middelen van gemeenschap, die ons nu reeds in telegraaf en telephoon geboden zijn, stellen ons zelfs in staat, om eenig denkbeeld van creatuurlijke
land
een
als
hier tegenwerpen,
de
sektarissen be-
noodzakelijkheid
hier
niet
veeltegenwoordigheid
het onze te vormen.
in
een
Zelfs is
door
geleerde
gedaan
om
in Praag reeds de uitvinding ook het gezicht door electriciteit
voort te planten evenals nu de stem. Willen we niet in het naturalisme verzinken,
dan moet dus steeds door ons beleden, alle
dat
noodzakelijkheid alleen en eeniglijk voort-
vloeit
men kan
Kwakers en andere dat
dat
twintig
bij
gebruiken voor de uitoefening van
bij
hout.
Immers, geenszins wordt onzerzijds betwist,
vonden we, dat het ambt
de als
karakter ontstaat uit de nood-
een heilige macht; en immers
wat ook
het
in
dienaren worden aangetroffen.
al
kenmerken, die ons vorig artikel kenteekenen voor het ambt opgaf, ook acht
kerkelijke
mijnen
wijl het ongerijmd en ondenkbaar ware, dat hij deze bezate. Indien God de Heere aan den aardschen vorst zulk een macht had willen verleenen, niets zou zijn almacht hierin palen hebben gesteld. De heidenen met hun beelden met twaalf en
onze lezers ons zullen toestemmen, dat
de
zelf
hij
of drie in
nog altoos Woords, Verbi Divini ministri; maar wie weet niet, dat ook de raadslieden der kroon ministers, d. i. eveneens ministri of dienaren heeten j dat gezanten gemeenlijk evenzoo den naam voeren van gevolmachtigd minister of dienaar; en dat alle ambtsdragers gezegd worden in St3La.tsdienst te zijn. Aan dit woord hechte
de schoonste naam
predikanten
te zijn,
en daarom door ambtsdragers moet worden vervangen; maar dat Christus onze Koning
uit
den wille Gods.
Iets
wat zoowel
geldt voor het regiment van staten en universi^ teiten, als
En
voor het regiment der kerk.
overmits
nu
vaststaat, dat
de wil des
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 52 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 52 Pagina's