Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 173

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 173

2 minuten leestijd

171

Ze bood dit aan, niet als een dienst, maar smeekte er om als „Indien gij", zoo sprak. ze, „mij een ware belijderesse een gunst des Heeren vindt, komt dan in mijn huis, en blijft bij mij". En wel aarzelde Paulus een oogenblik. Maar zij hield aan, en Paulus gaf toe. Of zooals er letterlijk staat zij dwong hem. Ook schijnen haar huisgenooten met haar vromelijk in de verwachting van den Messias die komen zou, geleefd te hebben. Want ook die huisgenooten belijden den Messias, en worden met haar gedoopt. En zoo heeft zij dan eenige dagen de apostelen des Heeren geherbergd tot de storing kwam, toen Paulus en Silas gevangen werden genomen. Dag van doodelijken angst voor Lydia, toen Paulus niet terugkeerde, en het gerucht haar berichtte, hoe ze in den kerker :

:

;

waren gezet. Ge kunt u dan ook voorstellen, hoe Lydia, die uren lang, telkens met haar huisgenooten voor Paulus in gebed en smeeking ging. En ook de andere bekeerlingen uit Philippi schijnen zich bij haar aan huis in het gebed vereenigd te hebben. En zoo bleven ze in angstige verwachting beiden, tot eindelijk aan de deur werd geklopt, en Paulus, met Silas, door Gods wonderdaad uit den kerker verlost, weer voor hen stonden. En toen, zoo lezen we, gingen Paulus en Silas weer binnen, en genoten voor het laatst Lj^dia's milde gastvrijheid. Er werd gedankt. Paulus vermaande de broederen, met het oog op de vervolgingen^ die ook hun boven het hoofd hingen. En nu scheidde hij van deze vrome vrouw, in wie God zijn genade verheerlijkt had, en die door wat ze aan Paulus deed, ook nog na achttien eeuwen leeft in de dankbre herinnerincf van Gods volk.

XXVIII.

IpnscUla. Groet Priscilla en Aquila, mijne medewerkers in Christus Jezus.

Rom.

16

:

3.

Prisca (2 Tim." 4 3) was een Jood19) of Priscilla (Rom 16 sche vrouw uit den gegoeden burgerstand. Haar man, Aquila, hield, wat wij zouden noemen een zeilmakerswinkel, waar men zich vooral toelei op het maken van zeilen voor tenten. Deze echtelieden waren herkomstig uit Pontus, maar actief van aard, waren ze niet in dit stille stedeke blijven hangen, maar hadden zich te Rome, in de groote keizerstad, gevestigd, en deden hier goede zaken, tot keizer Claudius, met alle Joden, ook hen uit :

die groote wereldstad verdreef.

:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 173

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's