Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Drie Formulieren van Eenigheid - pagina 105

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Drie Formulieren van Eenigheid - pagina 105

2 minuten leestijd

HOOFDST.

III

EN

IV.

VAN DE VERDORVENHEID EN DE HEKEERING. 97

ook niet daarom, dat God alleenlijk de macht om te gelooven zoude geven, en daarna de toestemming of het daadwerkelijk gelooven van den vrijen wil des menschen verwachten maar omdat Hij, die daar werkt het willen en het werken '), ja alles werkt in allen, in den mensch teweegbrengt beide, den wil om te gelooven, en het geloof 2 ) zelf. ingestort;

;

XV. Deze genade is God aan niemand schuldig; want wat zoude Hij schuldig zijn dengenen, die Hem niets eerst geven kan, opdat het hem vergolden worde? Ja, wat zoude God dien schuldig zijn, die van zichzelven niet anders heeft dan zonde en leugen? Diegene dan, die deze genade ontvangt, die is Gode alleen daarvoor eeuwige dankbaarheid schuldig, en dankt Hem ook daarvoor; diegene, die deze genade niet ontvangt, die acht ook deze geestelijke dingen gansch niet, en behaagt zichzelven in het zijne; of, zorgeloos roemt hij ijdellijk dat hij heeft hetgene hij niet heeft. Voorts, van diegenen, die hun geloof uiterlijk belijden en hun leven beteren, moet men naar het voorbeeld der Apostelen het beste oordeelen en spreken; want het binnenste des harten is ons onbekend. En wat aangaat anderen, die nog niet geroepen zijn, voor dezulken moet men God bidden, die de dingen die niet zijn roept alsof zij waren en wij moeten ons geenszins tegenover deze zijnde,

;

verhoovaardigen, alsof wij onszelven uitgezonderd hadden.

XVI.

Doch gelijk de mensch door den val niet heeft opgehouden een mensch te zijn, begaafd met verstand en wil, en gehjk de zonde, die het gansche menschehjk geslacht heeft doordrongen, de natuur des menschen niet heeft weggenomen, maar verdorven en geestelijker wijze gedood; alzoo werkt ook deze Goddelijke ge1) De officieels uitgave heeft hier volbrengen, volgens oude vertalmgen van den Bijbeltekst, waaraan deze uitdrukking ontleend is (Philipp. II 13). Thans echter heeft de Staten-vertaling daar het woord werken. 3) De Lat. tekst heeft hier: het gelooven zelf (ipaum credere). :

7

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 162 Pagina's

De Drie Formulieren van Eenigheid - pagina 105

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 162 Pagina's