Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 94
92 heb,
en
in
mijn
wanhoop op
het punt sta,
om met
mijn kind te
gaan sterven."
En ja, het scheen metterdaad een hoonen van haar gebrek. Maar God zond haar dien man, en met dien man redding. En toen kwam het wonder. Het meel in het vat verteerde niet, en de olie in de kruik hield niet op. En zoo at zij, met Elia en haar kind, vele dagen. Haar Vader in de hemelen had gezorgd. Ook deze weduwe was van haar God niet vergeten. Zoo week haar wanhoop, en haar geloof kwam terag.
Maar wat gebeurt? Niet lang daarna wordt nu het jongske van weduwe ziek. Zeer ziek. Zijn kracht neemt af en af. En eindelijk
die
sterft de jongen.
En nu opeens is de weduwe van Sarphath weer ontzet. Dat sterven van dat kind vindt ze nu vreeslijk; zij, diezelfde moeder, die nog zoo kort geleden, in de vreeslijkste kalmte van de wanhoop, zich met haar kind op het doodsbed had willen leggen, om den dood te zoeken. Dat komt, omdat nu haar conscientie opwaakt. „Zijt ge bij mij ingekeerd", vraagt ze Elia, „om mijne ongerechtigheid te bezoeken?" Ze voelt de majesteit des Heeren over haar huis komen. Dat sterven van haar kind is een oordeel Gods over haar zonde. Die man Gods heeft in haar hart gezien en haar zonde ontdekt. En nu is dit de wrake van Gods toorn. Zoo is de verschrikkinge Gods over haar. Bitterheid komt in haar ziel. Een driftig verwijt aan Elia op haar lippen. Maar God de Heere laat haar niet los. Ten tweeden male treedt Elia's wondermacht tusschenbeide. Het gestorven kind wordt uit den dood haar weergegeven. Elia kwam met het kind op zijn armen uit de opperzaal naar beneden, gaf het aan zijn moeder en zeide: Zie, tiw kind leeft. En toe7i brak haar geloof weer met volle kracht door toen gaf ze Gode de eere; en toen riep ze het uit Nu weet ik, dat gij een man Gods zijt, en dat het Woord des Heeren op uwe lippen ivaarheid is. ;
:
XLH.
53cbeL Doch
er was niemand geweest gelijk Achab, die zich zelven verkocht had om te doen dat kwaad was in de oogen des Heeren, dewijl Izébel, zijne huisvrouw, hem ophitste. 1 Kon. 21 25. :
Sidon en Tyrus stonden in Jezus' schatting zoo goed als op één lijn met Sodom en Gomorrha. Het waren twee handelssteden, aan de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's