Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 127
DE VROUW VAN JOB.
115
en zijn ziel aan Satan verkocht, is zijn vrouw toen hij daar, verkwijnende van pijn en weedom des harten, op zijn aschhoop zat, en heeft, zonder een woord van deernis, zonder een toon van menschelijk mededoogen, hem den duivelschen raad gegeven, om van God voor eeuwig af te vallen en door zelfmoord een einde aan zijn lijden te maken. Wie het eigenaardige van de Hebreeuwsche taal niet verstaat, merkt dat zoo op eens niet. Maar dat zeggen „Zegen God en sterf," beduidt niet andei's, en kan niet anders zeggen willen, danditééne: ,Geef aan uw God voor eeuwig zijn afscheid, breek met hem, maak u van hem los, en sla dan de hand aan u zelven." Wie zich daarvan overtuigen wil, leze maar wat Izébel aan Achab ten opzichte van Naboth aanried (zie 1 Kon. 21 10). Hij moest twee Belialsmannen tegen hem als getuigen stellen, die hem beschuldigen zouden, dat hij God en den Koning had gezegend; en deswege zou hij dan als Grodlasteraar en schuldig aan hoogverraad moeten
God er aan gegeven op hem toegetreden,
:
:
sterven.
dit nu niet schrikkelijk? is het niet ontzettend? Ook de vrouw van Job was toch aan baar man gegeven, om een hulpe tegenover hem te zijn. En zie, in het benardste oogenblik Is
van
zijn leven; als Satans aanval op Jobs ziel zoo fel en overweldigend wordt, dat Job bijna bezwijkt, komt die duivelin in vrouwengedaante, en helpt Satan, en zet ruwweg haar man aan, dat hij God lasteren, zijn ziel aan Satan verkoopen, en door zelfmoord een einde aan zijn leven zal maken. Dieper kan een vrouw al niet aan haar heilige roeping ont-
zinken.
En wie voortaan aan Job denkt en aan al zijn lijden, zal wel met niet alleen van den rouw over zijn kroost, en over zijn berooving van alle aardsche goed, en de zweren die hem kwelden, en den hinder van zijn valsche vrienden te spreken maar mag
doen,
;
ook wel
denken aan die bangste verzoeking en ergernis, die hem overkwam van die diepgezonken vrouw, in wie het laatste vonkje, dat aan vrouwelijke liefde kon doen denken, zoo volslagen eens
was uitgebluscht. Misschien het schoonste in heel Jobs tragedie is voor ons dan het terdege bestraffende, maar toch zoo heerlijke antwoord, waarmee hij die booze vrouw van zich afsloeg: „Gij spreekt," dus riep hij van zijn aschhoop, „als eene der zottinnen. Zouden wij het goede van God ontvangen, en het kwade niet?"
ook
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's