Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 93
!
.
91
Ze is weduwe. Een verlaten vrouw, die haar man door den dood verloor, en daardoor den steun voor haar leven van zich zag weggenomen. En ook hierin is ze weduwe, dat ze een kind heeft, dat nog niet voor haar kan zorgen, maar waarvoor z^j moet zorgen. Een vrouw dus, door zorgen gedrukt, en straks door nood bekropen. Juist daarin toch verschilt de weduwe van de ongehuwde vrouw, dat ze in haar huwelijk aan een onbezorgd leven gewend was, maar nu zich beroofd gevoelt; en dat ze als moeder een zorge heeft te dragen, die schier boven haar krachten gaat. En in dien weduwestaat nu is het geloof van die vrouw uit Sarphath verzwakt. Ze geloofde wel in den God Israëls. o. Zeer zeker. Misschien had ze zelfs als jong meisje wel tot die warme, geestdriftvolle jonge dochteren behoord, wier lust het is zich in 's Heeren dienst te verliezen. Althans dat God de Heere zeer bijzondere bemoeienis met deze jonge vrouw had, blijkt uit heel het verhaal. Maar nu was die ontzettende gebeurtenis tusschenbeide gekomen. De Heere had den man, dien ze liefhad, den vader van haar kind, van haar weggenomen. En nu zat ze daar, eenzaam en verlaten, in het
stille
Sarphath.
Haar leven was zoo kommerlijk. Toch ging het eerst nog. Toch hield ze den bangen strijd nog vol. Maar zie, daar blijft op eens de vroege regen uit; de oogst misde etenswaren stijgen tot een ongekenden prijs; er gaat een geroep van hongersnood door het land en natuurlijk, zulk een nood drukt altoos het eerst en het zwaarst op hen, die juist even kunnen lukt;
;
rondkomen.
En nu hezivijkt dan ook haar eens zoo krachtig geloof. De wanhoop maakt zich van haar hart meester. Het wordt alles donker voor haar oog. Er is geen vooruitzicht, er is geen hoop op redding meer. Zelve heeft ze niet meer te eten, en ze heefr geen eten voor haar lieven jongen meer. Dat breekt haar het hart. Het leven is haar te veel geworden. Die laatste bete zal ze nog toebereiden. En dan dan ja, zal ze zich met haar kind op de schamele sponde neerwerpen, en in stomme wanhoop wachten, tot de dood komt en haar .
weghaalt, honsrerdood lieveling
en
haar
uit
haar
lijden verlost.
De
.
vreeslijke
zie, juist op dat oogenblik komt er een vreemde man op haar en vraagt haar om een teug waters. Nu, water is er nog, en half werktuigelijk langt ze hem een beker, vult dien, en reikt dien hem toe, opdat hij zijn dorst lessche. Maar die man vraagt meer. Hij vraagt haar ook om brood. Maar dat is immers, of hij haar armoe en haar doodsnood bespotten komt. „Hoe, mij vraagt ge om brood; mij, arme weduwe, die niets meer
Maar
af,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's