De Drie Formulieren van Eenigheid - pagina 31
BELIJDENIS DES GELOOFS.
19
door zjjne grootheid niet verschrikken, om ons een ander, naar ons goeddunken, te doen zoeken. Want er is niemand, noch in den hemel, noch op de aarde, onder de schepselen, die ons dewelke, hoeioel Hij in de gestalliever heeft dan Jezus Christus tenisse Gods was, nochtans zichzelven vernietigd heeft, aannemende de gestaltenisse eens menschen en eens dienstknecht s voor ons, en is in alles zijnen broederen gelijk geworden. Indien wij nu eenen anderen Middelaar zoeken moesten, die ons goedgunstig ware, wien zouden wij kunnen vinden, die ons meer beminde dan Hij, die zijn leven voor ons gelaten heeft, ook toen wij zijne vijanden waren? En zoo wij eenen zoeken, die macht en aanzien heeft, wie is er, die daarvan zoo veel heeft als degene, die gezeten is ter rechterhand zijns Vaders, en die alle macht heeft in den hemel en op de aarde? En wie zal eer verhoord worden, dan de eigen welbeminde Zone Gods? Zoo is dan alleen door een mistrouwen dit gebruik ingevoerd, dat men de heiligen onteert, in plaats van die te eeren, doende hetgene zij nooit gedaan noch begeerd hebben, maar hebben het volstandiglijk en volgens hunnen schuldigen plicht verworpen, als blijkt uit hunne schriften. En hier moet men niet voorbrengen, dat wij het niet waardig zijn; want het heeft hier de meening niet, dat wij onze gebeden op onze waardigheid zouden voordragen, maar alleen op de uitnemendheid en waardigheid onzes Heeren Jezus Christus, wiens rechtvaardigheid de onze is door het geloof. Daarom, de Apostel, willende deze zotte vreeze, of veelmeer dat mistrouwen, van ons nemen, zegt ons, dat Jezus Christus zijnen broederen in alles gelijk geworden is, opdat Hij een barmhartig en een getrouw Hoogepriester zoude zijn, om de zonden des volks te verzoenen; want in hetgene Hij zelf, verzocht zijnde, geleden heeft, kan Hij dengenen, die verzocht worden, te hulpe komen. En daarna, om ons nog meer moed te geven om tot Hem te gaan, zegt hij Dewijl wij dan eenen grooten Hoogepriester hebben, die door de hemelen doorgegaan is, namelijk Jezus, den Zone Gods, zoo laat ons deze belijdenis vasthouden. Want wij hébben geenen Hoogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar die in alle dingen, gelijk als zvij, is verzocht geweest, doch zonder zonde. Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden om geholpen te ,
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 162 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 162 Pagina's