Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 174
172
Te scheep gingen ze naar Corinthe, een der eerste handelssteden van dien tijd, en te dier plaatse ontmoetten ze den heiligen apostel Paulus.
Haast zou men zeggen, dat ze toen nog Joodsch moeten geweest en dat Paulus zich als zeilmakersknecht op den winkel heeft aangediend. Indien toch Aquila toen reeds Christen ware geweest, het niet wel te verklaren, hoe hij gewild zou hebben, dat zulk is een geheel eenig apostel des Heeren zijn kostelijken tijd verdeed zijn,
met zeilen te naaien. Ge zoudt zoo zeggen, dat kan
niet. Paulus was een man alleen. onderhoud te geven, was toch geen onoverkomelijk bezwaar. Ja, hoe zou het te verstaan zijn, dat ze, als reeds geloovig, den apostel des Heeren in hun gezin hadden, en er dan niet een voorrecht in hadden gezien, om hem als een van God gezonden gast in den huislijken kring te ontvangen. En al liet zich dat nog denken bij een man, die een vrouw had, welke tegen alles opzag, zeker niet bij een man als Aquila, aan wien God in Priscilla een blijkbaar zoo energieke en beleidvolle vrouw had geschonken.
Hem
zijn
stelden ze hun huis wel open, om er kerk te laten Cor. 16 19). En hoe zou dan een echtpaar, dat blijkbaar goed placht te wonen, en heel de gemeente ontving, Paulus zeilen hebben laten naaien, als ze hem toen reeds als een apostel van Christus hadden begroet? Stel u daarom liever voor, dat Paulus, die vroeger het zeilmaken
Te
Efeze
houden
(1
:
had, toen ze nog Joden waren, zich op den winkel bij hen aanmeldde; dat zoo de gelegenheid zich voordeed^ om met het huisgezin in aanraking te komen en dat op die wijs het Evangelie van
geleerd
;
Christus in dit huis kwam. En dan spreekt het van zelf, dat Priscilla, zoodra ze bekeerd was, aan dat werken van Paulus op den winkel een einde heeft gemaakt, hem een plaats der eere in haar huis aanbood, en zoo den apostel vrijmaakte om allerwegen in Corinthe Jezus als Koning uit te roepen. Zij die op een hachlijk oogenblik voor Paulus het leven gewaagd had, Rom. 16 4), hoe zou ze hem niet van de nooden des levens hebben ontheven? :
En
een oppervlakkige bekeerlinge is Priscilla niet geweest. Niet een lieve vrouw, met veel sentiment, maar die de waarheid meer als bijzaak beschouwde, gelijk men thans nog zooveel vrouwen uit hooger en lager stand, onder de belijderessen des Heeren vindt, die ja meê doen, en wel geestelijke aandoeningen kennen, maar die er nooit aan dachten, om eens recht diep in de kennisse der waarheid in te dringen. Neen, Priscilla was voor deze gevoels- oppervlakkigheid te dege-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's