Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 219
CAIAPHAS
207
DIENST3IAAGD.
brandende houden, wisten dus zeer wel, dat Jezus geen gewoon gevangene was, en dat het om een doodvonnis ging. Ze konden dus zeer goed gevoelen, dat Petrus voor niets zoo bang was, dan om als discipel van dien Jezus ontdekt te worden. En ook ze konden zeer wel begrijpen, dat alleen liefde en verkleefdheid aan Jezus hem er toe bracht, om zich in den voorhof te wagen. Denkelijk heeft Petrus zijn kleeding wel wat gewijzigd, zijn gelaat half verborgen, en zich achter anderen half schuil zoeken te houden. Maar het vrouwelijk oog, juist door dat schu.we in zijn houdinggeprikkeld, drong toch door die halve vermomming heen, en zag al spoedig, dat het Petrus was. En zie, in plaats van nu uit eerbied voor zijn gehechtheid aan Jezus, of ook maar uit menschenliefde, hem te sparen, heeft eerst de eene, en daarna die andere dienstbode,
er
lust
in
om hem
juist datgene uit te brengen,
Beider woord was
En nu
is
die
hem
te
plagen,
hem
te
verraden, en
wat Petrus het minst gaarne ontdekt
zag.
een dolksteek in het hart.
booze plagerij onschuldig bevonden
?
Integendeel, ge weet hoe beider plaagachtige taal den Apostel des Heeren tot de grootste en bitterste zonde zijns levens verleid heeft en hem gevangen heeft in de verloochening van zijn Heiland ten laatste zelfs met vervloeking. Hadden ze dat nu bedoeld ? Och neen, ze vierden alleen hun lust bot, om interessant te zijn om alles te durven zeggen en zich te vermaken ten koste van wie door haar woord in verlegenheid werd gebracht. Juist wijl ze in zoo aanzienlijken dienst dienden, achtten ze, dat iets van de hoogheid van het huis ook op haar afstraalde. Omdat ze dienstboden van den Hoogepriester waren, dachten ze dat haar in den voorhof het hoogste woord toekwam. En die ijdelheid, niets dan die ijdelheid van de babbelzieke vrouw, brengt de betere opwelling in haar hart tot zwijgen, dooft alle medegevoel met dezen vriend van den gevangene uit, en doet haar behagen scheppen in den doodsangst die over Petrus' gelaat trekt. Nu zullen die dienstboden hoogstwaarschijnlijk niet het minste besef hebben gehad van de schuld, waaraan ze zich bezondigden. Denkelijk hebben ze later nog braaf om Petrus' angst en onbeholpenheid gelachen, en er zich op laten voorstaan, dat ze hem zoo flink ontdekt en zoo dapper ontmaskerd hadden. En met dien lach der zelftevredenheid zijn ze over haar zonde ;
;
;
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's