Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 66
54 zeker overwicht op hem gekregen te hebben, en zich al meer tegen de heilige traditie van Israël te hebben aangekant; zoo zelfs, dat Mozes, bij de geboorte van zijn tweeden zoon, Eliëzer, den moed niet had, om, tegen haar wil, de besnijdenis van zijn kind door te zetten. Wel was Mozes innerlijk allengs tot krachtiger geloof in het mystieke leven van zijn gemoed gekomen, zooals ge dat ziet aan den naam van Eliëzer, wat beteekent J///h hulpc is vanden Heere alleen; maar gelijk het vaak toegaat, die ommekeer in de mystiek van zijn gemoed ging juist vergezeld met inzinking van kracht naar buiten. En zoo beging Mozes de groote zonde, om uit inschikkelijkheid voor zijne ongeloovige vrouw, het teeken van Gods verbond aan zijn kind te onthouden. :
Zoo scheen dus Zippóra getriomfeerd te hebben. Niet Mozes zou over Midian, maar Midian zou over Mozes heerschen. Maar nu komt de Heere dan ook tusschen beiden, en op een oogenblik, dat ze, op een hunner tochten, in een vreemde stad hun intrek hebben genomen, komt de Heere Mozes tegen, en tast hem plotseling aan met een dooddreigende ziekte. Zippóra ziet hem daar machteloos, met den doodstrek reeds op het gelaat, nederliggen, en nu wordt op eens beider conscientie geraakt. Die ontzettende aangi-ijping Gods is omdat ze het teeken van Gods Verbond ontheiligd hebben. En Zippóra, die nu niet bij haar vader is en die daar alleen in die vreemde herberg geen uitkomst ziet, zoo haar man sterft, besluit in haar wanhoop, om dan in vredesnaam maar toe te geven, en daar Mozes te ziek is om het zelf te doen, neemt zij haar Eliëzer, en grijpt het mes, en besnijdt hem zelve. Niet, dat blijkt wel uit het verhaal, omdat ze overgebogen, omdat ze gebroken, omdat ze voor Jehovah gewonnen was rnaar ;
om haar man Immers
niet te verliezen.
—
—
zoo staat er de voorhuid van haar kind den grond neder, en riep uit: Nu zijt ge mij een wat zeggen wilde Ik had u bijna in den dood verloren maar nu leeft ge weer op nu krijg ik u uit den dood terug en zijt ge ten tweede male mij als een bruidegom maar nu een bruidegom, verworven door het bloed van mijn kind. Heroïeke bitterheid, en in het minst geen gebroken hart, spreekt dus uit haar taal. En zoo weinig wierd dan ook de goede verstandhouding hersteld, dat Zippóra eerlang met haar twee jonge kinderen naar haar vader Jethro terug keerde, en Mozes alleen naar Egypte ze wierp
voor' Mozes
op bloedbruidegom ;
;
liet
gaan.
;
:
;
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's