Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 82
deze vreemde haar zielsmart verstond want, zonder verdere inleiding, hij aanstonds op hare kinderloosheid, en gaf haar de geheel onverwachte verzekering, dat ze niet lang na dezen moeder stond te worden. Meer nog, hij zei haar aan, dat het kind, dat ze krijgen zou, een bijzonder instrument des Heeren, een Nazireër Gods, zou zijn, en hij gaf haar deswege den raad om gedurende haar zwangerschap zich van alle vrucht des wijnstoks te onthouden. ;
kwam
gekomen deelde
ze deze wonderbare ontmoeting natuurlijk aan haar man mede. Ze had niet eens durven vragen wie die man was en hij was heengegaan zonder zijn naam haar te zeggen. Dit verbaasde haar man natuurlijk zeer, en, evenals zij zelve, vermoedde ook hij, dat het een Engel Gods was geweest. Wie anders toch kon haar zulk een belofte gegeven hebben ? Maar toch, dit- was hem niet genoeg; en in vrome aandrift wierp hij zich op de knieën, om van God te begeeren, dat ditzelfde geheimzinnige wezen hun nogmaals verschijnen mocht. En waarlijk, die bede werd verhoord. Op een keer, dat de vrouw weer alleen in het veld was, staat daar plotseling weer diezelfde blinkende verschijning voor haar. Doch nu had ze ook geen rust maar liep ijlings huiswaarts om haar
Thuis
terstond
;
;
man
En Manóach kwam
haastelijk. En nu stonden beiden tegenover den engel, maar die nog altoos in menschelijke gedaante hun tegenblonk zoodat ze niet recht wisten, hoe ze het hadden. Manóach kan het in die onzekerheid niet uithouden, en vraagt driestweg Zijt gij die man, die mijn vrouw die belofte gaf? En daar dit zoo bleek te zijn, bood hij hem gastvrijheid aan, en wilde een boksken voor hem bereiden. Maar de Engel sloeg dit af. „Houd mij niet op." sprak hij, ,en zoo ge offeren wilt, offer den Heere!"; want. zoo zegt het verhaal, hij vermoedde wel dat het een Engel was, maar hij wist niet dat het de Messias zelf was, die voor hem kreeg hij dan ook geen ander stond. Op zijn vraag Wie zijt gij antwoord, dan dat zijn naam Wonderlijk was. En toen Manóach het offer op het outer gereed maakte, en ten leste de vlam opging, voer de Engel des heeren in die vlam opwaarts ten hemel zoodat Manóach en zijne vrouw op hun knieën voor het altaar vielen want nu zagen, nu merkten ze. dan toch, dat het wel waarlijk de Engel des heeren was. te roepen.
saam
:
:
'?
—
;
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's