Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 120
118
Dan is die nederheid tot een vloek. Maar ze kan ook ten zegen zijn,
als ze stil en klein voor God en fijner zielsbestaan in den lageren levensstand indraagt. En zoo was het bij Jozef; zoo was het meer nog bij Maria, de Moeder onzes Heeren.
maakt,
Van
Maria
geloofde
eeuwenlang,
en
belijdt
sinds
1870,
Roomsche kerk, dat ook haar eigen ontvangenis op ongewone
de
wijze
toeging.
Hiermee wordt bedoeld, dat er bij Maria geen erfzonde in haar wezen sloop, zoodat ze buiten erfschuld en buiten erfzonde ontvangen en geboren werd. Een belijdenis, waaraan dan tevens wordt toegevoegd, dat ze ook onder het opgroeien, en in haar verder leven, geen enkele zonde, zelfs geen enkele „vergeeflijke zonde," beging.
Zoo zou Maria dus buiten ons
geslacht ontvangenis.
staan;
Vraagt men
en
alle
dit is het
gemeenschap met de zonde van wat men noemt haar onbevlekte
wat grond dit beleden wordt, dan wordt in de verwezen naar Lukas 1 28, waar de Engel Gabriël tot Maria zegt: „Gij gezegende onder de vrouwen"; een uitdrukking^ waarvoor in het Grieksch een woord staat (Kecharitomenê), waarin Origines las, dat haar reeds een zekere genade toekwam vóór haar geboorte. Aangenomen echter dat dit zoo ware, dan was dit immers ook het geval met Joannes den Dooper, die den H. Geest ontving in zijns moeders buik; zonder dat hieruit in 't minst volgde, dat hij onbevlekt ontvangen was. Verder nu beroepen de Roomsche Godgeleerden zich uitsluitend op wat kerkelijke schrijvers gezegd hebben; iets, wat zonder grond in de Schrift geen bewijs is. En ook hun beweren, dat het vat der eere, waarin de Christus zou ontvangen worden, niet besmet mocht zijn, zou dan alleen recht van bestaan hebben, zoo de Christus niet ontvangen was uit den Heiligeti Geest. Bovendien weerleggen ze hiermede zich zelf. Kon toch Maria, naar hun voorgeven, uit besmette ouders onbesmet geboren worden, waarom kon dit dan bij den Christus niet.'' Tegen geheel deze onbevlekte ontvangenis rijst echter de nog veel ernstiger bedenking, dat ze geheel het verlossingswerk overbodig maakt. Kon toch de genade bewerken, dat Maria onbesmet geboren werd, en levenslang zondeloos bleef, dan had de genade dit evengoed terstond na den val bij alle menschen kunnen teweeg brengen; dan ware de zonde vanzelf vernietigd en miste de komst van den MidSchrift
op
uitsluitend
:
;
delaar alle doel. Voor ons blijft daarom de „nederheid van Maria" haar tweeërlei beteekenis behouden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's