Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 132
130 gen van een kindeke. Er
ook in, dat de vrouw, als vrouw, zoo waar nog van geen kinderbaren sprake is, èn als gevolg en nasleep van het kraambed. Hoogst ongelijk is ook hier de beker der smarte verdeeld, dien God de Heere in zijn vrijmachtig bestel voor elke vrouw afzonderlijk gemengd heeft. Sommigen drinken uit dien droeven beker nooit anders dan enkele vluchtige druppelen. Maar er zijn er ook, voor wie die beker vaak ten boorde toe wordt ingeschonken. En zulke vrouwen Jijden ontzettend, 't zij in het kraambed, 't zij daarbuiten. Een lijden, te banger, omdat kieschheid dit lijden der vrouw altoos met zekere geheimzinnigheid omhult. Juist daarom echter ligt er iets heerlijks in, dat het Evangelie ook voor dit lijden een woord van ontferming heeft, doordien het ons meldt, hoe Jezus ook met dit verborgen lijden der vrouw in rechtstreeksche aanraking is gekomen. ligt
bitter veel lijden kan, èn
onbekende, wier naam kieschheidshalve verzwegen wordt, en men daarom gewoon is „de bloed vloeiende vrouw" te noemen,
Die die
had een bang verleden achter
zich. Twaalf jaren lang was niets in gebleken, de fontein des bloeds in haar te stelpen. Er staat niet bij, of ze dit uit een kraam gehouden had. We weten niets eens of ze gehuwd was. Dat alles doet er ook niet toe. Hoofdzaak is maar, dat ze niet enkele maanden, maar jaren, twaalf volle jaren, op die droeve wijs haar levenskracht had zien wegvloeien. Ge kunt u dus voorstellen, hoe bleek, hoe uitgeput en vervallen die arme vrouw er moet hebben uitgezien; en wat geloofsenergie er voor zulk een zwakke vrouw toe behoorde, om zich op die wijs in het publiek gedrang te mengen. En toch, ze dorst niet naar Jezus gaan, en er openlijk over spreken. Schaamte weerhield haar. En zoo sloop ze ongemerkt achter Jezus aan, om, als het kon, even den zoom van zijn kleed aan te raken. En zie, op die wondere geloofsdaad, gaat er kracht van Jezus uit, dat Jezus het merkt; en op eens is de moedige vrouw genezen. De fontein van haar bloed was gestelpt.
staat
Te wonderlijker was het geloof in die vrouw, na de wreede teleural die jaren had opgedaan. Ze was toch eerst naar de medicijnmeesters gegaan. En dat moest ze wel, want ook de geneeskunde is een gave Gods aan de lijdende
stelling, die ze
menschheid, die het ons past in lijden dankbaar aan te wenden. Maar evenals bij zoo menig andere gave, is ook die gave der geneeskunde een hoogst onvolkomene, en wordt ook zij zoo vaak met zonde gemengd. Niet alleen toch, dat die medicijnmeesters haar niet hadden kunnen helpen, maar er staat bij, dat ze haar, o, zoo bitter deden lijden,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's