Het Calvinisme - pagina 81
HET CALVINISME EN DE STAATKUNDE.
om Hem. Ze
Ze bestaan deze
zijn eer,
gaan
en
volken,
alle
voor
hen de geheele menschheid,
in
zijn ordinantiën,
en dus naar
zijn ordinantiën,
naar
gaat
het
als
juist in het wel-
moet
zijn
en
heid
van afgescheiden volken
dier
volken de zonde verdeelt en verscheurt en
uiteenbreekt,
en ongerechtigheid, eischt
schande
lei
gruwelen gestuit worden, dat er orde
in
de
het moet
de
al s
zijn,
woelt in aller-
Gods dat deze
dezen chaos lerugkeere, en
om
menschelijke sa-
mensch, of
heeft recht over een anderen
en wordt aanstonds, het recht van den
sterkste.
Zoo-
over het weerlooze hert heerscht in het woud, heerschte
tijger
ook aan de oevers van den overeenkomst,
Nijl
een Pharao over de voorouders der
Ook kan geen groep van menschen door
van Egypte.
Fellahïn
in veel-
Daartoe heeft God en God alleen
maken.
te
Geen mensch
het recht.
Goddelijke
den boezem
in
eere
dat een macht van buiten dwingend optrede
menleving mogelijk
te bestaan
want
menschheid door zonde
uitblinken. Als dus de
wijsheid
En daarom hebben
eigendom.
zijn zijn
73
eigen hoofde, u tot gehoorzaamheid aan een mede-
uit
mensch dwingen. Of wat zou het
mij binden, dat voor vele
eeuwen
een mijner voorvaderen een staatkundig verdrag aanging met andere lieden uit dien tijd
medemensch.
Als mensch sta
?
maar
mensch
Ook
niet
minderheid gelijk had? stelling,
hierin heerschen
Gezag over menschen han
is.
dat
niet uit
van de meerderheid over de min-
derheid, of toont niet de historie schier
Calvinistische
tegenover eiken
vrij
den staatskring zwicht en buig ik niet
in
ik
als
menschen opkomen. de
en
Ik spreek niet van het gezin, want
natuurlijke banden,
voor wie
ik fier
En
op elke bladzijde dat juist
zoo voegt zich dan
de eerste
bij
alleen de zonde het optreden
van het
Overheidsgezag noodzakelijk heeft gemaakt, deze tweede niet minder gewichtige: dat uit
Overheidsgezag op aarde eeinglijk afvloeit
alle
de souvereiniteit Gods,
Als God mij zegt: Gehoorzaam, dan, het
hoofd
zonder
na
komt.
Even
bukken gaten
voor is,
gezag van
een
even
den
dat
dit
smadelijk
mijn
verheft
buig ik diep eerbiedig
mensch
persoonlijke eere als
toch
menschenkind,
hoog
ja,
het
als
ge
wiens u,
zoo
u
verlaagt
adem ge
in
zijne
zwicht
Heere des hemels en der aarde.
Zoo
te
door te neus-
voor het blijft
het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 212 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 212 Pagina's