Het Calvinisme - pagina 150
HET CALVINISME EN DE KUNST.
142
En
losmaakt.
het slotresultaat," zoo besluit
scheidingsproces moet
hij,
„van
dit historische
dat de gerijpte Religie geheel afstand
zijn,
doet van de prikkeling die het aesthetische schijngevoel haar belooft,
om
zich geheel en uitsluitend te concentreeren op de verwekking
van echt godsdienstige gewaarwordingen"
Deze grondgedachte mann, eigen
volkomen
is
levenssfeer,
uiteengaan.
Zoo
maar
ziet
als straks
kunst
Hart-
hebben elk een
aanvankelijk nauwelijks onderschei-
die,
het
bij
aan
rijker
ontwikkeling van zelf
tweelingen in de wieg nau-
gekomen,
die twee tot volwassen leeftijd zijn
man en vrouw
staan
ge
en
Religie
of ze tot het manlijk of vrouwelijk geslacht behoo-
aan,
welijks ren,
sferen
Von
zoo van Hegel als van
nu,
juist.
deswege ineengemengd,
den en
^).
elk
met een eigen
gaven, en met een eigen zielsuitdrukking voor
maar ook de Kunst vraagt daarom
met eigen
verschijning, u.
Niet alleen de Religie
hooger ontwikkeling
bij
om
een zelfstandig leven, en de twee stengels die aanvankelijk dooreengevlochten waren en daarom van een zelfde plant schenen te zijn,
dan
blijken
op een eigen
te stoelen elk
Dat
wortel.
is
het
proces van Aaron tot Christus, van Aholiab tot de Apostelen des
Heeren, en krachtens datzelfde proces neemt in de zestiende eeuw het
Calvinisme
veroverd had.
een
hooger standpunt
Het
geweest.
uit zijn religieus beginsel
Veeleer moest het
nobel streven
zijn al
meer
wikkelen en krachtig geestelijk
was het
in
ontwik-
te doen, ware een terugzinken op lager standpunt
met haar de Godsvereering, te
dan het Romanisme
Dienovereenkomstig kon en mocht dus het religieus
Calvinisme geen eigen kunststijl kelen.
in
staat
te
de Religie en
zijn,
den zinnelijken vorm
uit
doen opbloeien.
los
Daartoe
door den krachtigen polsslag, waarmee destijds
het religieuse leven door de aderen der ziel trilde, en dat er thans
ook onder ons zoo velen
zijn die
gaan vinden en naar kunst alleen
daaraan
onder
ons
martelaren.
1)
te wijten, dat
thans
zooveel
Maar wel
Von Hartmann,
in
onze kerken koud en ïinheimisch
het bedehuis terug verlangen,
flauwer
verre
is
de polsslag van het religieuse leven klopt
dan
in
de dagen
van hieraan het recht
Aesthetik. Leipzig II. p.
458, 459.
te
der
ontleenen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 212 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 212 Pagina's