Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 166

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 166

2 minuten leestijd

164

En

zoo gaat toch de stroom der genade door.

Doch ook waar de moeder zelve God kent, heeft toch ook de grootmoeder nog een schoone taak. Want, als uw kinderen uit huis en gehuwd zijn, kunt ge daarom nog volstrekt niet voor u zelve gaan leven. Ook dan nog blijft er een Goddelijke roeping voor u èn tegenover uwe kinderen, èn tegenover de kinderen uwer kinderen. Moeder heeft het dan veelal druk, is afgewerkt en moede. Maar grootmoeder leidt een rustiger leven. Heeft daardoor meer een uitvan kalmte en hoogeren vrede. Ja, het is of van haar lippen het geloofsvermaan tot haar kleinkind, uit hooger oudheid, van het voorgeslacht, met het merk der eeuwen komt. Zoo kan een grootmoeder geven, wat een moeder door haar jonger jaren en drukker leven nog niet geven kan. Niet om het jonge leven te dempen. Niet om moeder op zij te dringen. Niet om de kleinkinderen voor zich te eischen. Neen, maar om de moeder en kinderen een hooger, een eigen zegen te brengen, zooals de vrouw van jaren, van rijper geestelijk leven, met haar éénen voet reeds in het graf, dat alleen kan. drukking

XXV. Biinice. Als ik mij in gedachtenis breng het ongeveinsd geloof dat in u is, hetwelk eerst gewoond heeft in uwe grootmoeder Loïs en

uwe moeder

Euni'ce,

dat het ook in

u

en ik ben verzekerd

woont. 2 Tim. 1: 5.

In de familie, waaruit de Heere Timotheüs aan zijn kerk schonk, heerschte heilige usantie en vrome traditie. Tot in drie geslachten leeren we deze familie kennen. Eerst Timotheüs. Achter Timotheüs staat zijn moeder Eunice. En achter deze toont ons de H. Schrift het beeld van haar moeder Loïs. En nu loopt door deze familie als een goudader het „ongeveinsd Een geloof, waarvan de apostel des Heeren betuigt, dat .f^^eloof." het eerst was in Loïs, toen uitkwam in Eunice en nu blonk in Timotheüs. Zoo ging op kinderen en kindskinderen het geloof in dit begenadigd geslacht over. Niet, alsof de moeder het geloof aan het kind schonk, want het geloof is en blijft Gods gave. Maar zoo, dat het God beliefde zijn Genadeverbond in drie geslachten door dezelfde familie te laten loopen, en aldus den indruk van dat duurzame, vaste en blijvende te vestigen, waardoor in zulk een geslacht dan

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 166

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's