Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 73
,
71
zou het verhaal van deze weergalooze zonde in het geschiedverhaal van Israëls Koningen zijn opgeteekend. En dat het er toch in werd opgenomen, is een der sterkste bewijzen voor den goddelijken oorsprong der H. Schriftuur. Nu is het God, die den naam en den roep des menschen niet spaart, maar in den diepen, ontzettenden val van David aan zijn volk van alle eeuwen een aangrijpend voorbeeld ter waarschuwing ons allen saam met David daardoor vernedert voor oogen stelt dat zulk een gruwel ingeschakeld ligt in de geslachtslini« van den Christus en ook zelfs aan den diepst gevallen zondaar in Davids voorbeeld toont, hoe onze zonde nog altoos verre blijft beneden den rgkdom van Gods ontfermingen. Toch loont het de moeite, om niet enkel op David, maar ook op Bathseba het oog te slaan. Dat doet men gewoonlijk niet. Er wordt bijna enkel van David gehandeld. Over Bathseba zwijgt men meest. En toch, ook van Bathseba zegt het geschiedverhaal ons genoeg, om ook over haar een oordeel te vellen. ;
;
En dan
is
het eerste wat ons in Bathseba
treft,
haar roekelooze,
bijna wulpsche onvoorzichtigheid.
Het komt een vrouw niet toe, zich zóó te ontkleeden en te baden, dat het mannenoog ze in haar naaktheid bespieden kan. Dat is onkiesch dat is onkuisch dat is in strijd met alle vrouwelijke ingetogenheid. Want men zegge niet, dat zij niet weten kon, dat iemand haar van het dak bespieden zou. Bij ons, in onze steden en dorpen, moge dit het geval zijn. Hier te lande toch is het dak geen plat, waar de inwoners van het huis op plegen te verkeeren. Maar in Jeruzalem was dat wel zoo. Alle daken waren daar plat. Bij alle daken was een trap, om er op te komen. En nu was het de vaste gewoonte der inwoners van Jeruzalem, om des avonds, als de hitte voorbij was, op het dak frissche lucht te zoeken. Bathseba kon dus w.eten, en had als kiesche vrouw moeten weten, dat zij van het tegenoverliggend dak van het paleis kon gezien worden. Al laat men dus in het midden, of zij David heeft zien staan wat uiteraard haar schuld verergeren zou in elk geval heeft zij zich ontkleed, naakt vertoond en gebaad op een plaats, waar ze wist dat, zoo er iemand op het tegenoverliggend plat stond, haar naaktheid kon en moest bespied worden. En dit nu reeds geeft ons van Bathseba's ingetogen aard een zeer geringen dunk. Ware zij een werkelijk kiesche vrouw geweest, nooit zou ze voor David een steen des aanstoots zijn geworden en nooit zou deze van God gezalfde Koning in zoo ontzettenden gruwel ver;
;
;
;
—
;
vallen
zijn.
—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's