Briefwisseling tusschen A. Kuyper en Charles Boissevain - pagina 14
10
Ik kan wat ge mij dicteert onmogelijk onderteekenen, ik niet weet wie dit of wie dat deed onzen verslaggever werd destijds toegang tot de Nieuwe Kerk geweigerd en o. a. ook al niet omdat ik aldus in weerspraak zou komen met mij zelf! Bij vier verschillende gelegenheden heb ik nadrukkelijk getuigd:
—
omdat
—
,,Geeii
leider
,
of
lid
der ddleereiiden werd of wordt door ons zelfs in de verte
verdai'ht van een oneerlijke daad gepleegd te hebban."
Uw
voorstel om mij iets te laten schrijven waarover de rechter zou moeten beslissen, komt mij o. a. ook daarom (vergunt ge mij het schooljongenswoord?) zoo „aanstellerig" voor, omdat ik mij maar volstrekt niet kan voorstellen waarover de rechter zou kunnen beslissen. Over beleediging ?
Maar hoe zou een verklaring een beleediging kunnen indien het uitspreken in het openbaar er van mei geschiedde om te beleedigen of opzettelijk iets tot iemands nadeel openbaar te maken maar om te voldoen aan uw verzoek? Een beleediging op verzoek, laster bij invitatie, schijnt mij een contradictio in terminis. U niet ? zijn,
—
—
Uw brief is als ik mij zoo eens mag uitdrukken bestemd voor de galerij. Het is een geestig sophistenstukje. Ik heb verschil met iemand. Om ons vormt zich een kring. In den loop van het gesprek merk ik op, dat mijn tegenstander een onjuistheid zegt.
„Komaan",
luidt plotseling het antwoord, „wees dan nu en zeg, in bijzijn van getuigen, dat ik tegen in sta te liegen en een slecht mensch ben, die
liever roj'aal,
beter weten
de armen besteelt".
En als ik daaro}) betuig, dat geen haar van mijn hoofd aan zulk een beschuldiging heeft gedacht, wendt de handige tegenstander zich naar de omstanders met een: „Ziet ge het wel? als het er op aan komt de jiuntjes op de i's te zetten,
kruipt hij in zijn schulp". Ik geloof u geen onrecht te doen als ik meen dat dit de bedoeling van uw sommatie is, die weder van uw groote scherpzinnigheid Idijk geeft. Ge maakt een vlugge schijnbeweging met het doel om mijne beschuldiging zoo op te blazen, dat de ware grief daarin niet meer herkend en dus vergeten wordt. ,
Bovendien zijt ge, waarde trouw, op een dwaalweg.
collega,
blijkbaar te goeder
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 56 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 56 Pagina's