Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 36

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 36

3 minuten leestijd

-

34 20 ons anders. Daar toch staat, gemind hebben? Dat leert Hand. 7 ook blijkens de kantteekening, letterlijk, dat Mozes „schoon voor God" was; en dit verklaart ons het geheimenis dat hier schuilt. voor God" kan niet anders beduiden, dan dat er iets , Schoon hejnelsch, iets bovenaardsch, iets als van een Engel uit het gelaat van dat jongsken sprak. Het was of ze niet haar eigen kind, maar een van God gezonden wezentje op haar schoot zag liggen. En dat greep haar zóó aan, dat ze een gevoel kreeg, alsof God iets met :

dit

kindeke voor had. En zoo gleed haar geloof in haar moederen ze besloot, het kostte wat het wilde, dat jongsken te

liefde,

redden.

Hoe ze dit deed, staat van de eerste drie maanden niet vermeld maar ge kunt u toch wel voorstellen, hoe ze ergens in een verborgen schuilhoek van haar woning of haar stal het kindeke wegborg, ;

zoodat het lucht had, en toch zijn geluid niet te hooren was, en hoe ze dan stil er heen sloop, om op levensgevaar af haar kindeke de moederborst te geven. Maar, helaas, toen ging het niet langer. De jongen begon te hard te schreeuwen. En toen gaf God haar, door de energie des geloofs, de vindingrijkheid in het hart, om feitelijk uit te lokken, wat Hij over Mozes besteld had. Toen wierd het biezen kistje gemaakt, en Mozes er ingelegd, en Mirjam, haar oudste dochtertje, op den uitkijk gezet, om te zien wat er van het kindeke zou worden; denkelijk wel met wat voedsel bij haar, om voor het „kindeke in het biezen kistje" te zorgen.

En God

heeft dien geloofsmoed gekroond. er bij heeft Jochébed toen

Een nacht en misschien nog een dag

spanning doorgebracht, maar. God zij lof, toen mocht trillen, neen, bonzen, van heilige moedervreugde. Zie, daar speurt ze hoe Mirjam in de verte met versnelde schreden komt aanloopen, en neen, niet alleen, maar met haar broertje in haar armen. En toen is er in Jochébed's huis gedankt, geloofd, gejubeld; en weer mocht de gelukkige Jochébed haar hals ontblooten en het geredde kindeke laven aan haar volle moederborst. Zoo wierd voor Jochébed, als prijs voor haar geloof, uit moeder angst de rijkste iwoQ^^'vreugd geboren. De angst van een moeder; een angst zoo beklemmend en zoo vlijmend, dat het mannenhart er nauwelijks in kan komen. De angst van een moeder, ook nu nog zoo vaak doorworsteld, soms reeds in de geboorte als het heet: „Laat mij sterven, als mijn kind maar leeft" soms als met heldinnenmoed de bangste smart, onder stukgebeten lippen, wordt doorgestaan, om met een enkelen

in doodelijke

ook haar moederhart

;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 36

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's