Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 56

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 56

3 minuten leestijd

54

^maar zonder dat uw hart met mij is!" o, Die slang van een vrouw. Men zou zeggen hoe dorst ze zulke woorden nog op haar lippen nemen. Maar ze vorderde. Simson was blijkbaar tegen haar bekoring niet bestand. Evenwel vertrouwde hij haar niet geheel, zoodat hij haar eerst fopte; doch ook dit ontrukte hem niet aan zijn zondige bedwelming, maar prikkelde hem veeleer, om opnieuw te pralen met :

bovenmenschelijke kracht. in zijn haar; dat wist hij wel; maar eerst laat hij zich met" riemen en met zeelen binden, die hij als rag verscheurt. Doch reeds bij de derde verzoeking spreekt hij van zijn haar, en laat zijn haar in het weefgetouw vaststrengelen. Maar nog wijkt God de Heere niet van hem, en hij ontkomt. Tot nu eindelijk DeUla haar uiterste kracht inspant; de bedroefde en miskende speelt; en zich aanstelt als de in haar liefde gekrenkte. En nu bezwijkt Simson. Hij wijst op zijn lokken. Aan die veile vrouw verraadt hij de eere van zijn Nazireërskroon. En nu, zoo lezen we, wijkt God van hem, en Simson valt in der Philistijnen hand. zijn

Het lag hem

En toen lachte de lage Delila van schik en pret. Dat was nu de triomf van haar gewetenlooze hefde en van haar verraderlijk vleiende lip. Wat geen bataljon Philistijnsche soldaten vermocht, dat had zij bestaan. Zij had eindelijk Simson in haar macht weten te krijgen. En daar prachte, daar pochte ze nu op en het was haar een boosaardig zielsgenot, dien sterken Simson nu als een machteloozen buit aan de Philistijnsche vorsten te kunnen overleveren, tot hij gebonden het huis uitging, en zij alleen bleef met de enorme massa gelds, die ze als prijs voor haar verraad gewonnen had. En nu verontschuldigen we Simson niet. Wat hoefde deze held Gods èn in Gaza èn bij de beke Sorek zulke huizen binnen te treden, en zich aan zulke giftige vrouwen over te geven. Vreesde hij zijn ;

God dan Maar

niet?

blijft niettemin als een schandvlek van het vrouwegeslacht op het blad der Schriftuur geteekend staan. Als een schandvlek, ook zeer zeker om haar zondig leven; maar toch in erger zin nog om haar spelen met de liefde, om haar spelen met de teederheid van het hart, om haar lage geldzucht en haar verraderlijke listigheid. Ze vleit Simson, en ze stelt zich aan, alsof haar liefde te edel en te warm en te oprecht is, om zoo koel beantwoord te worden. En inmiddels heeft ze de politie in haar binnenkamer verstopt,

Delila

lijk

en wacht ze slechts op het oogenblik, dat ze haar minnaar aan zijn vijanden zal kunnen overleveren. En nu is zeker deze zondige ontaarding van de vrouwelijke beko-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 56

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's