Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 136

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 136

3 minuten leestijd

134

Er is: 1^. Maria van Nazareth, de moeder des Heeren; 2. Maria van Magdala; 3". Maria van Bethanië, de zuster van Lazarus; 4^. Maria van Jeruzalem, de moeder van Joliannes Markus; 5^. Maria en 6. Maria 6) van Rome, een helpster van Paulus (Rom. 16 de Apostelmoeder, wier woonplaats ons onbekend is, al weten w^e dat ze thuis hoorde bij het meer van Galilea. Thans bespreken we alleen die laatste Maria, die ge het best door den naam van Apostelmoeder van de overige onderscheidt. Want wel heet ze ook de andere Maria; maar die bijnaam, die niets zegt, :

;

verwart.

Ze was gehuwd met Clopas of Alpheus, en had hem twee zonen geschonken, Jacobus en Jozes, waarvan de eerste door Jezus tot zijn Apostel verkoren werd, en gewoonlijk Jacobus de kleine heet, in onderscheiding van Jacobus, den broeder van Joannes. Doch ziedaar dan ook al het bijzondere, dat van haar vermeld staat. Voor het overige toch valt van haar slechts te herhalen, wat van heel dien kring van Jezus' begeleidende vriendinnen te melden dat ze Jezus volgde en is; dat Jezus haar genas van krankheden diende van haar goederen dat ze stond bij het kruis deel had aan Jezus' begrafenis en het eerst met de andere vrouwen den levenskreet opving, dat Immanuël verrezen was uit het graf. Ze staat in zooverre op één lijn met Johanna, de vrouw van den rentmeester Chusas; met Susanna, en nog eenige ongenoemde aanzienlijke vrouwen, die allen dit gemeen hadden, dat ze ongemerkt en in stilheid den Heere lief hadden, en hem dienden. ;

;

;

;

Als we het onderscheid tusschen onze twee soorten letters een oogenblik op deze Maria, in vergelijking met Maria van Magdala, mochten toepassen, zoudt ge in de Magdaleensche den aard van een Jdinker, en in deze Maria de natuur van den medeklinker terugvinden. Juist de vergelijking, die ook doorgaat zoo ge den apostel Petrus met den apostel Jacobus den kleine in uw gedachten bijeenplaatst. Petrus, die altoos het initiatief neemt en voor den dag komt en Jacobus, die stil op den achtergrond blijft en meedoet in wat de ;

anderen doen. En zoo nu was het ook met deze Maria, de Apostelmoeder, en met die andere stille vrouwen. Ze zijn Consonnante?i, ze klinken mede in het lied van liefde dat aan Jezus gezongen wordt; maar er gaat niets spontaans van haar uit. En daar ziet nu de wereld gemeenlijk laag op neer. Zoo iets heel gewoons, niets bijzonders te zijn, en aldus in stilheid en ongemerkt met anderen meê te dienen, prikkelt niet genoeg de ijdelheid en de behaagzucht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 136

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's