Van het kerkelijk ambt - pagina 8
Gereformeerde Stemmen. Er lijn
is nooit een ambt of er moet een rechte van dat ambt naar Gods souvereiniteit
loopen. er
bij
is
het
ambt
altoos sprake
wel andere dingen ook
hem
en dat recht op
als bijzaak. Zijn
waar
werkkring,
zijn
is
Immers
mag daarom
Hij
doen, maar toch slechts
ambt
aan toebehoort
hij
heeft.
van gezag door den éénen mensch over den anderen uitgeoefend. En dat gezag bezit
Het lidmaatschap zelfs van een Staatscommissie is daarom geen ambt, wijl het slechts
niemand krachtens
tijdelijk
de
Zelfs
vader
zijn
of
menschelijk bestaan.
moeder
niet
Het
kinderen.
God
van nature gezag over al zijn schepselen en dus ook over ons menschen. En langs welk kanaal of orgaan Hij, de Heere, nu ook dat gezag doe afvloeien, daar gehoorzaamheid plicht en is hij die ze is Alleen
heeft
mag en
afeischen
en voorbijgaande
In het ambt
hun
over
een
is
dienst
heilige
volk
Waar
ten zevende, en hiermee zal
nog bij komt, dat het ambt niet maar uit toewijding moet bediend
om
loon te werken. Hij dient
en
het
van eenig deel van de mogendheid
orgaan
des Heeren
loon
worden.
het
Ten vijfde, zij opgemerkt, dat het karakter van ambt bij deze organen daar ophoudt, waar de persoonlijke verantwoordelijkheid voor het beleid der zaak een einde neemt.
Een
aan het ministerieel bureau geen ambt en evenmin een kopiïst
portier
bekleedt
op het parket. antwoordelijkheid
niet
voor
hun opgedragen
maar deze verantwoordelijkheid
raakt
den gang en het beleid op het ministerieel
bureau noch den gang van hetgeen het parket
aan
hier niet
toe,
dat
een deel van
zoo,
van af met
uit toewijding,
salaris
geen
is
loon,
tot levensexistentie; wijl
Vandaar het onbezoldigd ambt, wat eigenlijk ambt is. En alle bezoldiging in het ambt mag dan ook nooit andere strekking hebben, dan om te zorgen, dat de waarneming van het ambt gebrek en nooddruft niet
Nu en
zijn
lagere
maatstaf
lijde.
deze eischen natuurlijk
ambten zeer
mag
bij
hoogere
maar aanbod
verschillend;
nooit vraag en
hierbij
zijn.
De
eischen
van het ambt
zelf
geven den
ook.
Wie om loon loon
heeft,
al
dient, ontving, zoo hij zijn
sommige ambtsdragers,
b. v.
Maar zoo
is
is
het in het atnbt niet.
Als de drager van het ambt van zijn salaris of traktement geleefd, en
aan
en de regel
is,
wie een ambt aanvaardt, als persoon wordt opgeëischt, en geacht wordt zijn levensexistentie voor dit ambt beschikbaar te stellen.
ruil
voleind.
maar dat
zijn uitzonderingen,
De
hem toekwam.
wat
de President van menige republiek worden voor een bepaald aantal jaren aangesteld, dat
er
dat de hoogere macht die zijn
van dienst en geld
zijn tijd vraagt. is
of
middel
billijk is
En
Het
traktement
slechts
niemand
eenig juisten maatstaf aan.
beslist als zoodanig.
Ten zesde voegen we het ambt den persoon en
is
het hoogste en ware
persoonlijke ver-
het
ambt
leven in dienst neemt, dat leven ook verzorge.
uit
Want wel hebben deze werk,
het
Bij
maar
zij.
de onder-
zijn,
souvereiniteit in eigen kring, metterdaad zelve
vereeniging
een
scheiding van ambt en ««V/-ambt genoegzaam
om
een
God
levensuitingen.
drijft in al zijn
kan dus ambten scheppen, mits die vereeniging geen toevallige, maar een noodzakelijke zij, en krachtens haar
Ook
machtig
het
in
raderwerk, waarmee de Heere onze
voltooid
moet, ambtsdrager.
is.
het duurzame, het blijvende.
ligt
zijn
ambt gewijd
vergoed voor wat
De zijn
hij
met dat leven zich hem nog niets
heeft, is
presteerde.
ware ambtsdrager wacht
God.
zijn
loon van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 52 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 52 Pagina's