Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 63
;
51
MIRJAM.
1 uitdrukkelijk: „Mirjam nu sprak, en Ailron, staat toch iii Nuin. 12 met Mozes." Het ging dus van Mirjam uit Mirjam deed het woord en op Mirjam is de ontzettende straf der melaatschheid neergekomen. Dat nu die Cuschietische vrouw daarbij slechts voorwendsel was, toont de inhoud van wat Mirjam Mozes tegenvoert. Ze spreekt toch over die Cuschietische vrouw ternauwernood een woord, en al haar beweren is, dat de Heere evengoed haar tot profetesse en Aaron tot profeet gesteld heeft, en dat ze Mozes meerdere autoriteit dus :
;
;
niet behoefde te erkennen.
Haar
opstandig hart ging alzoo in tegen het meerder deel, dat aan Mozes boven haar en Aiiron gegeven had. Want zeker, zij was profetesse, en Aiiron tvas profeet, maar alzoo, zegt de Heere, „is mijn knecht Mozes niet, met hem spreek Ik van mond tot mond door aanzien en niet door duistere woorden." Zoo had de oudere zuster bij den ouderen broeder steun gezocht, om, tegen Gods verkiezende vrijraacht in, tegen de hoogere roeping van Mozes in verzet te komen. Nijd en ongeloof werkten bij haar samen. Dien val heeft ze met melaatschheid geboet. En toen ze in haar melaatschen staat zeven dagen buiten de legerplaats had doorgebracht, is ze op Mozes' gebed wel weer genezen en weer onder het volk opgenomen, maar toch was ze van dat oogenhlik af de oude Mirjam niet meer. Haar kracht was gebroken. Haar gave was van haar gegaan. En het eenige wat we nog van haar oi)geteekend vinden is, dat ze bij Kades stierf en bij Kades begraven werd, maar zonder dat er melding wordt gemaakt van een rouw door Israël over Mirjam bedreven. Grod
Neen, de schoone periode uit Mirjam's leven ligt niet in de woestijn van Sinaï noch bij Kades, maar aan de Schelfzee, toen Mozes met de openbaring uit het Braambosch onder het verdrukte Israël in Egypte was verschenen voor Pharaö zijn teekenen had gedaan en eindelijk het geplaagde volk door de Roode Zee had uitgeleid. In dat heerlijk verschiet is blijkbaar alle zusterlijke naijver op haar jongeren broeder onderdrukt geweest in haar hart. Ze heeft toen in Mozes' roeping geloofd. Ze heeft zich als profetesse, met Aiiron, bij Mozes aangesloten, en, bedaagde vrouw als ze was, met jeugdige geestdrift zich aan het hoofd van Israëls vrouwenschare gesteld, om op de duinen van de Roode Zee den God Israëls te ;
;
verheerlijken.
Verrukkend schoon moet dat oogenhlik geweest op den oever stond, en Pharaö's helden met
veilig
zijn,
toen Israël
zijn ruiters ver-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's