Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 9

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 9

3 minuten leestijd

van twee vreemde vorsten, blijft ze Abraham trouw. Ze schikt zich naar zijn positie. Ze ontvangt zijn gasten en mag daardoor onwetend Engelen herbergen. En liever geeft ze Hagar aan Abraham, dan dat hij kinderloos sterve. Maar juist daardoor herwon ze dan ook „de positie met eere," die door God voor de vrouw besteld is. Van nature is de vrouw schuchter, en waar ze onder heerschappij komt licht geneigd tot vreeze. Maar nu zegt Petrus tot de Christenvrouwen, wijzende op Sarah: „Weest haar dochters, door het goede te doen en niet te vreezen voor verschrikking'' (1 Petr. 3 6). Juist toch door willig de rechte positie in te nemen, die God voor de vrouw verordineerd had, wordt Sarah een vrouw met eere. En als straks Hagar haar tergt, treedt ze kloek voor haar recht als vrouw op, en zegt God tot Abraham, dat hij Sarah de hand boven het hoofd zal houden.

in alles

:

onmetelijk verschil, dat op eenmaal tusschen Ada uitkomt. Ada, die het door vrouwelijk behagen winnen daalt al dieper; Sarah, die in Gods ordinantiën haar kracht

Vandaar het Sarah

en wil,

zoekt, klimt tot vroutvelijken adel op. En na aldus in het natuurlijk leven

met haar man gefundeerd

te

verheft zich haar geloof tot hooger. Ze heeft eerst zichzelve weggeworpen; wel geloofd dat uit haar man de Messias zijn zal; maar zich ten slotte gewend aan het denkbeeld, dat niet zij als moeder in die eere zal deelen. Daarom zijn,

gaf ze Abraham haar Hagar. En ais God aan haar en Abraham verschijnt, en van een kind uit haar eigen schoot spreekt, durft ze het nog niet gelooven. Ze schuift de belofte nog altoos op Hagars kind. Daarom lacht ze. Maar over dien ongeloovigen lach henen, grijpt ze toch eindelijk den moed, om de hope op den Messias weer aan haar eigen schoot te verbinden; en, zegt de Apostel, toen heeft ze „door dit geloof kracht ontvangen, om zaad te geven." Wat zeggen wil, dat God tweeledig in haar werkte eerst door den H. Geest, om het geloof in haar te sterken en hooger op te leiden; en toen door „in haar verstorven baarmoeder" nieuw leven te wekken. Zoo werd ze moeder van Isaiic, en door hem moeder van den Messias; en tegelijk wordt ze aan de Christenvrouwen als heur moeder voorgehouden, opdat ook deze dochteren van Sarah in een zoo wel gefundeerd en krachtig doorwerkend geloof wassen mochten. En nu heeft Sarah daarom wel haar zondige oogenblikken. Dat ;

ze ze

Hagar gaf, was ongeloof. Ongeloof, dat ze lachte. Ongeloof, dat Hagar al te wreed behandelde. ,En de Schrift verbloemt dit niet. Maar door wat zonden henen ook, ze heeft dan toch door het

geloof geleefd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 9

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's