Van het kerkelijk ambt - pagina 7
Gereformeerde Stemmen. de Universiteit, gelijk over de in den Staat, en dat
denken aan
dikwijls
menschelijke personen
in
hij
naam
eigen
te
zijn
ambt
optreedt, niet uit
handelen, maar wilsuitvoerder
eigenbelang of eenig particulier belang, tnaar
van de macht die hem aanstelde. geen ambt denkbaar zonder dit kenmerk, en slechts in zooverre wordt een ambt
Hem
als
macht gebonden
uitoefening van deze
de
te zijn
is
Er
de goddelijke ordonnantien en niet het
aan
dient.
Zoo moet ook ten opzichte van onze oude Oost-Indische Compagnie opgemerkt, dat zij metterdaad en
trad,
bekleed
octrooi
ambt waargenomen, handelt
steeds
hoogeren,
de plaats van het Staatgezag
in
bij
is
als
de drager er van
van dien
bewustzijn
het
in
hem opgelegden
wil uit te dienen.
Mits, ten andere, steeds onder het zooeven
was met een
genoemde beding, dat
reeds
hij
dit zelf wil,
macht over de Indische volkeren, die slechts een gewijzigden vomi aanbood van verdeeling
en zich
van de regeertaak.
Het doel door die hoogere macht beoogd, moet ook zijn levensideaal zijn. Hij moet in
Een tweede hiermee saamhangend kenmerk is, dat het niet strekt om eigen wil door te zetten, maar om zich dienstbaar
deze
van
voor het ambt
zelf,
eenvoudig gebruikt
en
zijn
te
willoos
zijn karakter, hiertoe
Ten derde, elk ambtsdrager moet diensaangesteld zijn, tot zijn ambt zijn
volgens
benoemd.
Een ambt kan
te
komst
worden. In
of
maar een eigen
contract, zekere
dat zich dienstbaar
Een aannemer
polderwerkers voor het
die
palen
der
en
voor
opperlieden
slechts
der
wierd,
bevel
hun gelast. Een vorst daarentegen, ambtsdragers
uitvoeren
Wat
hij
heeft
iets
hem
vervangen, en in wie
de
is
ook
zijn
eigenlijke
hun daad, die
in
gebod en bevel
gaat, toch
uitoefening van
hun ambt,
Ten
elk
ambt
eerste,
stelle
te
deels
in
eerst
door
zijn
van de hooger macht
dat
ambt
bekleedt,
om, zoo
installatie
de macht
assurantie- of gas- of waterleiding-maatschappij j
hem met
ambt
kanalen
aanvaardt, met bewustheid zijn eigen persoon
die
die het
hem toegevloeid. Een vereeniging op zichzelve kan geen ambt scheppen. De directeuren van een
dus deze twee geeischt:
dat de persoon, die het ambt
en wil ten dienste
koopsom
Ten vierde, de opgelegde macht, waarmee de drager van het ambt bekleed wordt, moet altoos macht van Godswege zijn, al is die ook nog zoo afgeleid, en door nog zoo veel
hun spontanelteit oorsprong
zijn
het nooit de
gelegd wordt.
vindt. Bij
naren
daarna
zijn.
Hier is dus noodig een eigen leven, met eigen denken, eigen beleid en eigen wil. En hoever
is
benoemen, gelijk dit 'm Amerika, en Engeland het geval is, dan is het daar nog volstrekt niet het volk, dat door zijn keuze die macht oplegt, maar zelf alleen den persoon aanwijst, op wien nu voorts
behoeft zijn geen in-
geacht wil worden tegenwoordig te
van
laat vaststellen.
Als een volk het recht heeft zelf zijn ambte-
heel
Hij neemt ze dus als personen, die in zijn
hij zelf
dat de
vorm
op wien nu daarna eerst het ambt en de macht van het ambt gelegd wordt.
strumenten, maar organen.
plaats treden, die
het
alleen de persoon vastgesteld en aangewezen,
hij
die zich in allerlei
verveelvuldigt,
anders noodig.
wat
voorwaarden
zij
den
aanbrengt, maar wordt door dit koopcontract
door hem gebruikte instrinnenten
als
eenvoudig op
die
al
in
vroeger veeltijds gebeurde, een ambt gekocht
het
muren huurt, rekent met hun kracht en hun arbeidsvermogen, maar toch metselen
ook
schijnbaar
Elk ambt is altoos overdraging van een u persoonlijk vreemde macht, die van Godswege op u gelegd wordt. Zelfs dan, als gelijk
aan een gemeenschappelijk en onderwerpt
aan een hooger leven. heien
niet ontstaan uit overeen-
contract;
aangestelde,
stelt
gerechtigd acht.
onderwerping aan dien hoogeren wil zonder krenking van zijn persoonlijkheid,
een orgaan daarentegen werkt een eigen leven, leven,
zonder verloochening
kunnen inleven. Geen machine mag hij zijn, maar zelfbewust orgaan moet hij blijven.
aan een hoogeren en algemeenen tvii. Hierbij echter moet gelet op het onderscheid tusschen ambt en dienst in lageren zin, dat men het zuiverst uiteen houdt door te onderscheiden tusschen het orgaan en het instrument. te stellen
Een instrument wordt geacht
in zedelijken zin,
I
bekleeden geen ambt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 52 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 52 Pagina's