Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 95

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 95

3 minuten leestijd

93 kust van de Middellandsche zee, vlak ten noorden van Palestina. Beide steden waren schatrijk. Die rijkdom kweekte tegelijk allerlei wellust. En zoo waren Tyrus en Sidon berucht als twee zetels van bandeloosheid en (/o^^^eloosheid. Uit één dier twee nu, uit Sidon, was Izébel herkomstig. Ze was een prinses de dochter van Eth-Baiil, die in Sidon Koning was. Nu kunt ge denken wat tegenstelling het voor deze wulpsche, trotsche prinses was, toen ze uit het prachtige Sidon, waar de stroom van het zingenot steeds hoog zijn golven opjoeg, als vrouw van Koning Achab verhuizen moest naar het landelijk Jizreël, met zijn eenvoudigen levenstoon en zijn dienst van Jehovah. Want 'wel had Jerobeam den dienst van de gouden kalveren inmaar toch ook die Jerobeam-dienst bedoelde Jehovah te gevoerd maar het bleef toch eeren. De Kerk was vervalscht, zoo ge wilt altoos nog de wet van Sinaï, die om ontzag vroeg. En zoo heerschte er in Jizreël een levenstoon, veel te streng en veel te nuchter voor deze levenslustige persoon. Zóó kon zij het in Samaria niet uithouden. Maar geen nood. Zij zou het wel anders maken. Achab, haar gemaal, was een bloodaard en een man zonder wilskracht. Hem zou ze naar haar hand zetten. En niet lang meer, of Izébel was in het rijk van Israël de gevreesde ;

;

;

gebiedster.

Haar plan was eenvoudig. Samaria moest als Sidon worden. Om dat doel te bereiken, moest de weelderige, zondige Baalsdienst ingevoerd. En om dien Baalsdienst tot heerschappij te brengen, moest de dienst van Jehovah uitgeroeid en aan de profetenschool de moordende hand geslagen. En toen ving aan die bange, die ontzettende worsteling op leven en dood tusschen Jehovah en Satan in de personen van Elia en van Izébel, die aldoor haar man ophitste. Prachtige tempels werden allerwegen

voor

Baal gebouwd. Priesters

in sierlijke

gewaden

ver-

de menigte. Schitterende feesten en drinkgelagen werden aangericht. En gelijk bij zoo vervalschten toestand der Kerk niet anders kon al het volk liep in een oogwenk met Izébel meê. De profeten werden vermoord. Elia moest vluchten. En ten laatste steeg de nood zóó hoog, dat Elia niet één man of vrouw meer kende die God vreesde. Er waren er nog wel 7000 maar ze wisbijsterden

:

;

ten van elkaar niet af. Ze moesten zich schuil houden. terend was de verschrikking.

Zoo

verbijs-

Hoe kloek toen Elia stand hield, en hoe heerlijk in majesteit de Heere op Carmel tusschenbeide trad, ligt thans buiten ons bestek. die vrouw zonder geiveten, die vrouw Izébel vergt al onze aandacht zonder hart. ;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 95

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's