Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Drie Formulieren van Eenigheid - pagina 90

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Drie Formulieren van Eenigheid - pagina 90

2 minuten leestijd

82

DOEDTSCHE LEERREGELS.

bestaat, dat God eenige bijzondere menschen boven anderen heeft uitverkoren; maar daarin, dat G-od uit alle mogelijke voorwaarden (onder welke ook zijn de werken der Wet), of uit de geheele orde van alle dingen, de uit haren aard onverdienstelijke ] ) daad des geloofs en zijne onvolmaakte gehoorzaamheid tot eene voorwaarde der zaligheid heeft uitgekozen, welke Hij voor eene volkomene gehoorzaamheid genadiglijk zoude hebben willen houden, en der belooning des eeuwigen levens waardig achten. Want met deze schadelijke dwaling wordt het welbehagen Gods en de verdienste van Christus krachteloos gemaakt, en de menschen door onnutte vragen van de waarheid der genadige rechtvaardigmaking en van de eenvoudigheid der Schrift afgetrokken, en deze uitspraak des Apostels van onwaarheid beschuldigd: G-od heeft ons geroepen met eene heilige roeping; niet naar onze werken, maar naar zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus vóór de tijden der eeuwen (2 Tim. I 9). :

IV. "Die leeren Dat in de Verkiezing tot het geloof deze voorwaarde tevoren vereischt wordt, dat de mensch het licht der natuur recht gebruike, vroom zij, klein, nederig en ten eeuwigen leven geschikt, gelijk alsof aan die dingen de Verkiezing eenigszins hinge. Want dit smaakt naar het gevoelen van Pelagius, en strijdt tegen de leer des Apostels, waar hij schrjjft: Wij hebben eertijds verkeerd in de begeerlijkheden onzes vleesches, doende den wil des vleeschcs en der gedaclüen, en wij waren van nature kinderen des tooms, gelijk ook de anderen; maar God, die rijk is in barmhartigheid, door zijne groote liefde, waarmede Hij ons liefgehad heeft, ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus (uit genade zijt gij zalig geivorderi), en heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus; opdat Hij zoude betoonen in de toekomende eeuwen den :

1)

De

offieieele

uitgave heeft hier

actum fidei, in voorkomen, het woord (Lat.:

onverdienstelijk.

sese

il

ignobilem);

onedel

moest

e

uitdrukking: de onedele daad des geloofs waarin echter thans, om misverstand te vervangen worden door: uit horen aard

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 162 Pagina's

De Drie Formulieren van Eenigheid - pagina 90

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 162 Pagina's