Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 58
56 in Bethlehem en de ballingschap naar Moab, overkomt haar vroegtijdig sterven van haar man. En zoo blijft ze met haar twee kinderen, verlaten en eenzaam, in het vreemde land achter. Maar hier blijft het niet bij. Ook in die kinderen zou ze smart bij volle teugen indrinken. Eerst doordien èn Machlon èn Chiljon heidensche meisjes huwden; wat Naomi, die Gods weg met Ruth nog niet kende, natuurlijk grieven en krenken moest. En toen, als door overmaat van ramp, behaagde het God ook nog haar beide zonen van haar weg te nemen. Machlon sterft en Chiljon sterft, en zie, nu zit Naomi, de verlatene weduwe en de van kinderen beroofde, daar arm en eenzaam in het vreemde land van Moiib met twee aangehuwde dochters in haar huis, die immers niet van haar volk
honger het
God
en niet dienstmaagden van haar
Nu
zijn.
haar het water dan ook aan de lippen gekomen. Dat houdt Ze hoort, dat in Bethlehem de honger geweken is. En nu moet ze weg uit dat vreemde land; weg van dat onherbergzaam oord, waar het graf van haar man en de graven van hare kinderen liggen gedolven, en waar ze niets tot hare vertroosting heeft dan twee vreemde schoondochters, wier huwelijk haar een doorn in het oog was geweest. En zoo keert Naomi dan naar Bethlehem terug. Een onbekend, een geheimzinnig verlangen drijft haar aan en gunt haar geen rust. Wat zou ze nog in Moiib blijven In Bethlehem ligt haar oorsprong. In Bethlehem waren de magen van haar eigen bloed. En zoo trekt ze als een oude vrouw den weg van het gebergte in; rust als ze moede is tegen de helling der heuvelen uit en bereikt eindelijk, na lange dagreizen, de stad van haar kinderweelde, het haar zoo dierbare Bethlehem. Zoo treedt ze de poorte binnen, en de inwoners van Bethlehem zien haar aan. Wie is ze, die arme vrouw, op wier gelaat de smart en de berooving in eiken trek geteekend staat? En men loopt haar tegemoet, en men ondervraagt haar want men zag het haar wel is
ze in Moiib niet uit.
!
;
;
En nu
barst ze los in tranen, en bewegelijkheid Ik ben Naomi, maar noem mij liever Mara, want ik ben niet meer de lieflijke, ik ben een bitterlijk in de ziel gewonde zie, de Almachtige heeft mij groote bitterheid aangfedaan. aan, dat ze een Israëlietische was.
roept
het
uit
in
Oostersche
:
;
Toch kwam ze niet alleen. Een van die twee dochteren Moilbs, zij die Ruth heette, was met haar getogen. Niet dat Naomi hierop had aangedrongen. Integendeel,
had
het
aan
haar gestaan, dan zou ze Ruth, evenals Orpa,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's