Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 108
106
maken, maar ook om ze als een getuige voor zijn Naam te doen optreden, zoodat ten leste al de vromen tot haar kwamen, en door den stillea gloed, die van haar uitging, G-ods kerk, soms tot in verren omtrek, weer opleefde. Dat zijn de Hiüda's onzer dagen, die meest juist in dagen van Kerkverval opstaan, en die weer verdwijnen, als ze haar schoone taak voleind hebben. te
XL VUL iftoaöja. Gredenk, mijn God, aan Tobia en aan Sanballat, naar deze zyne werken; en ook aan de Profetes Noadja, en aan de andere Profeten, die gezocht hebben mij vreesachtig te maken.
Nehemia
6 14, :
Naast, of wilt ge tegenover, Hulda staat Noadja. Beide toch worden in de H. Schrift |j/'o/e^es5e;? genoemd maar met dit verschil, dat Hulda de reformatie onder Josia aanwakkert, terwijl Noadja de reformatie onder Nehemia tegenhoudt. Hulda was een echte, Noadja een valsche profetesse en wat bij Hulda vrucht was van het drijven des Geestes, was bij Noadja het opdoemen van opwinding en inbeelding. Ge moet u toch wél voorstellen, dat er bij de meeste profeten en profetessen nog iets anders dan de duidelijke inspraak van God in hun binnenste werkte. Ze werden namelijk in den regel tevens in een toestand van geestelijke exstase gebracht die deels uit hun inborst en aanleg voortkwam; deels vrucht van Geestesbezieling was; en deels zelfs door oefening werd aangekweekt. Vandaar de profetenschool, waarin de muziek een niet geringe rol speelde. Doch juist dit gaf dan ook gereede aanleiding tot het opstaan van d. w. z. van mannen en valsche profeten en valsche profetessen vrouwen, die, van nature tot ojowinding geneigd, zich in zekere verbeelding inwerkten, en nu, in zelf gemaakte extase geraakt, de echte Godsspraak nabootsten. Juist zooals ge soms menschen met ijslijk veel drukte over een opgewonden bekeering ontmoet, bij wie het toch slechts eigengemaakt werk is. Zulk een valsche profetesse was dus ook hier niet een vrome vrouw, die zich veel met de heilige dingen bezighield maar eene die eigen gezochte wegen bewandelde; in valsche opwinding vergoeding zocht voor gemis aan Geesteswerk; en zoo er ten slotte toe kwam, om in deze valsche opwinding de gedachte van haar eigen hart uit te sreven voor een Woord des Heeren. ;
;
;
;
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's