Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 110

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 110

2 minuten leestijd

98

Konings

BATHSEBA.

slaapkamer zich liever dood moeten worstelen, dan dat ze

in echtbreuk bewilligd had.

Ongetwijfeld is dus Bathseba niet alleen de aanleiding tot Davids zonde, maar ook zijn medeschuldige. Ge ziet dat ook aan haar verder gedrag. Want als Uria, haar man, in Jeruzalem terug komt, en 's nachts voor de deur van zijn huis blijft liggen, gaat ze niet tot hem uit, om hem te klagen over verkrachting, nog ook om in tranen haar ze vertoont zich niet. schuld te belijden neen, ze blijft stil in huis En nauwelijks is de mare van Uria's dood naar Jeruzalem gekomen, maar of ze bedrijft wel den ceremonieelen rouw „over haar heer" terstond daarop verhuist ze voor goed naar het paleis, om bij Davids andere vrouwen nog als nieuwe vrouw bij te komen. En dat alles gaat zoo snel toe, dat ze de vrucht van haar echtbreuk nog in het ;

;

;

koninklijk paleis ter wereld brengt. Of er nu later in haar hart een ommekeer als bij David plaats greep, meldt ons de Schrift niet. Zelfs valt in de H. Schrift al de donkere schaduw op David, en

om daarna te heerlijker en te krachtiger op David bijna alleen Davids diepe verbrijzeling van hart en gansch zijn bekeering tot zijn God te doen uitkomen. Maar al voegt het deswege niemand, van Davids schuld ook maar iets af te nemen, toch eischt het Schriftverhaal, dat ook op Bathseba als de medeschuldige worde gewezen. Ook ter waarschuwing voor wie als Bathseba veel vrouwelijk maar dan ook de ordinantie schoon van haar Schepper ontving van haar Schepper hoorde, dat ze als vrouw, en ook als schoone vrouw, kuisch en eerzaam voor het aangezichte haars Gods verkee;

;

ren zou.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 110

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's