Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 46
XII.
XLbamav.
Maar Thamar, Juda's schoondochter, baarde
hem
Perez en Zerah. 1
Chi-oii.
2
:
i
Thamar beteekent de slanke. Men mag dus aannemen, dat zij een vrouw van hooge statuur is geweest; want Thamar is hetzelfde woord, dat in de H. Schrift voor een ^^'^^niboom wordt gebezigd. Doch niet alleen dat ze een vrouw moet geweest zijn van indruk-
wekkende
gestalte,
maar
ze
was ook, en
dit is erger, een
vrouw
van Kanaanietische herkomst, evenals Sua, haar schoonmoeder. En dit wijst op een hachlijk iets in het gezin van Jacob; want al mogen, wat wij niet weten, zijn overige zoons zich vrouwen uit Paddan-Aran hebben gehaald, van Juda, die ons, als stamvader van den Messias, het meeste belang inboezemt, staat bepaaldelijk vermeld, dat hij zich een Kanaanietische vrouw nam, en dat hij aan Er, zijn oudsten zoon, Thamar gaf, van wie hetzelfde ondersteld moet. Nu hoeft Thamar daarom nog geen vrouw geweest te zijn van afgodischen aard, want Melchizedeks optreden bij Abraham toont, dat er nog enkele familiën in Kanaan waren overgebleven, die, ook bij min zuivere kennisse Gods, toch nog „den Allerhoogste" vereerden.
Maar toch blijkt uit Thamar's jammerlijke geschiedenis evenzeer, dat dit overblijfsel van geloof met diepgaande ondermijning van het zedelijk leven gemengd was. Vooral in de , hoererij" school de ontzettende zonde der Kanaanietische volken; die daarom vooral bij hen zulk een gruwelijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's