Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 144

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 144

2 minuten leestijd

142

De

vraag

En,

God

is

zij

of de conscientie nog geraakt kan worden. dat kon ze, ook nog bij die Samaritaansche vrouw.

maar,

lof,

XIV.

H)e Ikananeescbe. En

Kananeesche vrouw uit die zie, eene landpalen komende, riep tot hem, zeggende Heere, gij Zone Davids, ontferm u mijner; mijne dochter is deerlijk van den duivel bezeten. :

Matth. 15

Was

Kananeesche

de

een

hekeerde

:

22.

vrouw? Was het overgroot

geloof, dat Jezus in haar roemde, het zaligmakend geloof?

Het verhaal zegt er niets van. Al wat ons gemeld wordt is, dat ze geloofde in Jezus' wonderniacht, en niet afliet, eer de zegen van die reddende macht aan haar kind ten deel viel. Een geloof dus van datzelfde soort, waarvan Jezus sprak toen hij zeide: „Indien ge een geloof hadt als een mosterdzaadje, ge zoudt tegen dezen berg zeggen word opgenomen en in de zee geworpen, en het zou aldus geschieden." En er is dan ook sprake van brood voor de kinderkens, en van kruimkens voor de hondekens; en dat brood is de reddende wondermacht, waarmee de Christus Israël zegende, en die kruimkens bedoelen iets van die reddende wondermacht, waarmee de Kananeesche wil dat haar dochter begenadigd zal worden. Van geestelijke genadewerking is alzoo in heel het verhaal geen sprake. En dat zij zelve een allerminst wedergeborene was, blijkt wel het overtuigendst daaruit, dat Jezus haar bij de Heidenen insluiten met de overige Heidenen onder de „bondekens" rangschikt. Iets waardoor natuurlijk niet is uitgesloten, dat ze later, als vrucht van Jezus' wonderdaad, tot bekeering kan gekomen zijn; mits ge maar wel er op let, dat ze hier niet als een „geloovige" of „bekeerde" vrouw voorkomt, maar als een Heidensche vrouw, die begaafd is met een zeldzaam sterk wondergeloof, of wilt ge, geloof in Jezus' wonderbare macht. :

En

staat dit wondergeloof uiteraard beneden het zaligomdat het zonder meer de ziel niet kan redden, toch ook dit geloof aan wondere uitredding een kostelijke

toch,

makend daarom

al

geloof, is

gave van Gods gunste.

Want

al

spreekt

er geen kennisse

van zonde en

ellende, en dus

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 144

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's