Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 96
;;
94
Want
dat is ze. Trots en wellust clooden in den meusch het menschroeien het geweten toe, en brengen de stem van het menschelijk hart tot zwijgen. En zoo was het in Sidon, zoo ook met Izébel gegaan. Ge merkt dat aan de koelbloedigheid, waarmee ze een bloedbad onder de profeten aanricht. Aan de gewetenloosheid, waarmee ze Naboth vermoorden laat door een rechterlijken moord, op valsche getuigen. En straks, sterker nog, aan de schaamteloosheid, waarmee zij, nadat haar man op het slachtveld door den pijl doodelijk getroffen is, als schoone, verleidelijke vrouw zich blanket, en, als Jehu in Jizreël intrekt, voor het venster gaat staan, en hem lokt en toelonkt, om ook hem in de strikken van haar wellust te vangen (2 Kon. 9 oO). Of Achab dood was deerde haar niet. Jehu was ook goed. Zoo schelijke,
:
zij
maar Koningin
bleef.
Afschuwelijk Maar zoo is de vrouw. God de Heere schonk de vrouw rijke gaven van hart en gemoed en de vrouw, die deze edele gaven weet te ontwikkelen, verrijkt ons menschelijk leven met een schat, waartoe de man schier niets bijdraagt. Maar ontzinkt de vrouw aan deze hooge schoone roeping, dan zinkt ze dieper dan een man ooit zinken kan. Dan is haar wreedheid tijgerachtig. Haar schaamteloosheid ontaardt in veilheid. En is ze dan daarenboven een vrouw van talent en wilskracht, dan wordt ze een Izébel, die gewetenloos woedt en moordt. Ge vindt meer mannen zonder hart, dan vrouwen zonder hart maar een vrouw zonder hart is veel gevaarlijker. En het is dan ook opmerkelijk, hoe, als de strijd tusschen Jehovah en Baal in de oude Kerk op het uiterste gaat, Achab nog gematigd schijnt, bij de fanatieke bezetenheid van een zoo schandelijke vrouw als Izébel. Niet bij benadering te tellen zijn de martelaars voor de zake Gods, die onder haar niets ontziende tyrannie hun getuigenis met hun bloed bezegeld hebben. Zij, die éene vrouw, heeft voor eeuwen lang den nationalen levenstoon in het Tien Stammenrijk in den grond bedorven. En vreeslijk zal eens haar verantwoording zijn, als ze staan zal voor den Rechterstoel van Christus om geoordeeld te worden naar wat ze aan zijn profeten gedaan heeft. Een oordeel voor eeuwig, dat valt af te meten naar het ontzettend oordeel, dat reeds op aarde haar overkwam, toen ze van boven uit het venster gestooten, op de harde steenen te pletter viel, en het lijk van de eerlooze in haar stollend bloed voor schande bleef liggen, tot de wilde honden uit het woud kwamen, en haar het vleesch van het gebeente afscheurden, en er niets dan het bekkeneel en de palmen van de handen en voeten van Izébel gevonden werden. !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's