Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 75
-
XXI.
5acl.
Gezegend des
zij
boveu de vrouwen Jaêl, Hebers huisvrouw; gezegend zij ze
Keniters
boven de vrouwen in de
tent. Richt.
V
:
24.
Jaël is een vrouw als Judith van Betliuliën, die Holoiohernes op slaapstede de kling door de keel joeg. Ze was de vi-ouw van Héber, een man, die niet uit Israël gespro ten was, maar uit de familie van Mozes' vrouw. Haar geslacht was dat der Kenieten, een zwervende, nomadische stam, die dus in tenten leefde, en in Debórah's dagen zich gelegerd had bij den voet van den Thabor, dicht bij de plek waar Barak en Debórah het machtige leger van Jabin en Sisera, met zijn negenhonderd ijzeren wagens, verpletterd hadden. zijn
Jabin had dezen stam der Kenieten ontzien, om in dezen stam een steun tegen het door hem gehate Israël te hebben maar de Kenieten hadden aan deze lokstem geen gehoor gegeven. Met de heugenis van Mozes' daden hadden ze steeds partij voor Israël gekozen. En zoo deed ook Jaël, Hébers vrouw. Van daar dat ze jubelde, toen ze Baraks overwinning hoorde, en geweend zou hebben, als Sisera met zijn strijdwagens Israël had verslagen. Deze Jaël nu heeft de eere gehad, die aan Barak ontgaan was, om namelijk Sisera, Israëls wreeden verdrukker, als door een Grodsgericht, te dooden. Had Barak eerst niet geaarzeld, om tegen Jabin op te staan, die eere ware hèm beschoren geweest evenals aan David, om GoHath ;
;
te
dooden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's