Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 122
120 en men wachte zich wel, om Hierbij echter blijve het daii ook haar eigenlijke glorie te verdonkeren door willekeurige verdichting. De uitnemende gunste, haar beschoren, was, dat ze Moeder des dat de Zone Gods uit haar vleesch en bloed Heeren mocht zijn onze menschelijke natuur aannam en dat het haar gegund werd, een lange reeks van jaren, toen de wereld haar Messias nog niet kende, het heilige kind Jezus bij zich te hebben en liefde in te drinken uit zijn heilig oog. Die eere is haar gegund, niet als loon voor eenig goed werk, maar door Gods vrijmachtig bestel. Hij had er Maria voor verkoren. Hij deed er Maria voor geboren worden. Hij spaarde haar het leven. En hij zond zijn Engel, om aan Maria de boodschap des hemels te brengen. Er ligt in den geheel eenigen rijkdom van genade, die haar geschonken werd, dus geen enkele reden, om haar persoonlijk te verheffen. Niet Maria, maar God de Heere moet ook in zijn genade aan Maria groot gemaakt. Het wezen zelf van alle genade eischt dit. Op genade kunt ge u niet verheffen. Om genade die ge ontvangt, mag men u niet groot maken. Ja, zoodra er grond voor verheffing door eigen verdienste in ligt, is genade geen genade meer. Maria is dus een beweldadigde, een gebenedijde, een gezegende en begenadigde, bovenal om de geheel eenige onderscheiding die haar gewerd. Ge kunt haar dus gelukkig prijzen, ge moogt met Elisabeth haar zalig spreken. Ge moogt met haar danken voor de genade, aan haar en in haar ook u geschied. Maar ook bij al die begenadiging blijft Maria de dienstmaagd des Heeren, en geldt het „Eere zij God in de hoogste hemelen!" ook ;•
;
;
bij
haar.
Nu
zou het daarom volstrekt niet onmogelijk geweest zijn, dat zoo hoog begenadigde vrouw, evenals Elia, ten hemel ware gevaren; maar op grond van de Schrift weet de Kerk hier niets van. Al wat de Roomsche kerk hiervan verhaalt, gaat dan ook buiten do Schrift om, en wordt alleen op grond van de traditie voortverteld. Men wist niet waar Maria begraven was. Zoo haar lijk op aarde was, zou men de plek wel weten waar het lag. En ook, men kon zich zoo moeilijk voorstellen, hoe het lichaam van Maria, waaruit de Zone Gods onze natuur aannam, tot ontbinding in de groeve des verderfs zou zijn overgegaan. Zoo kwam men tot de voorstelling, dat ze wel gestorven maar daarna weer opgestaan was, en dat ze kort daarna was opgevaren ten hemel. Blijkbaar een poging, om haar op gelijke wijze als den Christus te verheerlijken. En toch is zelfs deze traditie zoo weinig vast, dat in de Oosterdeze
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's