Het Calvinisme - pagina 177
HET CALVINISME EN DE TOEKOMST.
verwachting
stoutste
ternauwernood
gist
we een halve eeuw
verder
hiermee neemt het comfort
zijn,
Afrika, die dusver sliepen,
zijn
En waar de
wij sterker
wint,
macht,
deze
;
steeds wijder vertakt
Ook Azië
en gemeenschap.
worden almeer
De hygiëne
kring getrokken.
waartoe
nog klimmen kan. In verband
het leven toe
in
en sneller ontsluit zich verkeer
chamelijk
betreft.
boekt nog telken jare reusachtige overwinsten, en de
Die macht
eer
macht over de natuur en haar krachten
wat onze
Niet
169
in
mee door
en
den breeden levensin kracht. Li-
sport,
dan een vorig geslacht.
We
leven langer.
lichamelijk gebrek het leven bedreigt of benart, verbaast
chirurgie
tastbare
zijde
door haar wonderen. Kortom,
u
des levens
valt
op de
stoffelijke,
En
toch mort
schier enkel licht.
de ontevredenheid en klaagt de moedelooze denker, want hoe hoog
we ook het niet in
een
stoffelijke
we gaan
waardschatten,
er
als nienschen
op. Uit de hut van den daglooner kan met dankbren toon
psalm des
lofs
opstijgen, de millionair zich vervelen in zijn
prachtpaleis en zinnen op zelfmoord. Niet in het comfort
om
ons
heen, niet in het lichaam aan ons, maar in den geest, die ons innerlijk drijft,
bestaan
we
als personen, als burgers, als
menschen
;
en
in
dat innerlijk besef nu spreekt op steeds schriller toon de pijnlijke ge-
waarwording, dat de volbloedigheid van het uitwendige leven ons
almeer op bedenkelijke bloedarmoê van den geest Niet dat er niet gedacht en gezonnen,
ven wordt. Veeleer
schittert
wordt algemeene kennis
niet
te staan
de empirische geleerdheid
als
kring verspreid,
in steeds wijder
komt.
gezongen en geschrenooit,
en
is
de beschaving, denk slechts aan Japan, schier verlegen met haar veroveringen.
soon
ligt
in
Maar ook
het intellect
ons wezen dieper,
is
en het
de geest is
in dit
niet.
Onze
per-
verborgene van
ons wezen, waar het karakter zich boetseert, de geestdrift opvlamt, de zedelijke vastigheden geplaveid worden, de liefde haar bloemknop ontluiken doet, de toewijding en het heroïsme ontspringen, en in de richting naar den Oneindige zich de poorte uit het tijdelijke naar het
eeuwige aanzijn
ontsluit, dat
onder
alle natiën
geklaagd wordt over
verarming, inzinking en versteening. Een geest als is
uit die pijnlijke
vond, toont maar
malaise geboren, en de al te
bijval,
Von Schopenhauer
dien
zijn
pessimisme
beschamend hoe ver en breed deze doodelijke
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 212 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 212 Pagina's