Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 124

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 124

3 minuten leestijd

122

Ook Maria heeft niet uit door Gods genade tot deze En wel verre dus van onzen God de volvoering

zich zelve geloofd.

Ook Maria

is

alleen

geloofsdaad gekomen. toe te geven, dat Maria aan den Heere van zijn Raad heeft mogelijk gemaakt, houden we staande, dat God de Heere, om zijn Raad te volvoeren, Maria tegelijk naar ziel en lichaam bewerkt heeft naar de ziel, door haar het geloof in te storten en naar het lichaam, door uit haar vleesch en bloed het lichaam van den Heiland op te bouwen. ;

;

De tweede hooge kan

verdienste,

die

men

in

Maria's maagdelijken

evenmin opgemaakt. Er is nergens in de H. Schrift grond te vinden voor de bewering, dat het ter wereld brengen van haar Kindeke haar als maagd ongedeerd liet. De verwijzing naar het binnenkomen van Jezus „door staat zoekt,

uit de Schrift

gesloten deuren", heeft hier niets meê uitstaande. En de uitlegals sloeg Ez. 44 2 op Maria's vrouwelijke natuur, is door niets te rechtvaardigen. Er staat daar van de deur aan de oosterzijde van het mystieke heiligdom: „Deze poort zal gesloten zijn; zij zal niet geopend worden, noch iemand door dezelve ingaan; omdat de Heere, de God Israëls, door deze is ingegaan daarom zal hij gesloten blijven." Wat nu geeft recht deze woorden op Maria too te passen'? En ook indien dit al geschiedt, zoo blijft toch de zin, dat de poort wel waarlijk openging, toen de Heere intoog en toont vers 3, dat ook de Vorst door deze poorte in mocht gaan. Dit wordt niet gezegd, om met zekere voorliefde staande te houden, dat Maria, na het wonder van Bethlehem, zelve nog kinderen kreeg. Noch het voor, noch het tegen, zal op dit punt ooit tot zekerheid komen; want het feit, dat er van „broeders van Jezus" sprake is, maakt de zaak niet uit. In de H. Schrift wordt het woord broeder zoowel voor een vleeschelijken broeder, als voor een stiefbroeder gebezigd, en niet minder dikwijls om een bloedverwant in het algemeen aan te duiden (Gen. 13 8 14 16 29 12.

de

ging

:

;

;

:

Num. 8:26; 16:10 maar,

;

:

;

:

enz.).

kan

Maria's voorbeeld bewezen, dat de staat, ook. al blijft het in Maria eenig, dat èn het teedere van het maagdelijke èn het rijke van het moederlijke leven zich in haar persoon op wonderlijke wijze vereenigde.

Alleen

nooit

uit

maagd hooger dan de moeder voor God

Maar hoe hoog Maria ook, als de Moeder des Heeren en als de Verkorene Gods, in onze schatting sta, nooit zal uit de Schrift te bewijzen zijn, dat ze geestelijk een exceptioneel hooge plaats inneemt. Vijfmalen nog treedt ze in het Schriftverhaal na de gebeurtenis-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 124

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's