Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 163
;
161
Toch
is ook de opvatting van onze kantteekenaren weer te eng onder dit arbeiden niets anders verstaan, dan dat Maria hen zou hebben geherbergd of hun andere huislijke diensten zou hebben bewezen, gelijk Martha te Bethanië. Vooral uit wat Paulus van Persis zegt, dat ze in den Heere gearbeid heeft, spreekt iets meer. Niet dat ze diaconesse was dan toch zou het anders zijn uitgedrukt en ook niet dat ze als spreekster optrad wat door Paulus niet zou zijn gejDrezen, maar afgekeurd. Edoch, wel dit, dat ze op allerlei wijze haar invloed als vrouw gebruikt heeft, om de zake des Heeren te bevorderen.
die
;
;
;
Al kan men nu aan zulken arbeid ge^n bepaalden naam geven, toch reikt juist deze verborgen invloed soms zeer ver. Vooral de vrouw van zekere positie heeft, als ze met talent begaafd is, allerlei gelegenheden en middelen te harer beschikking, om, bijna ongemerkt, een zaak tegen te staan, of ook een zaak te bevorderen. Ze oefent dan invloed op haar man, en op de omgeving van haar man. Op haar kinderen en op de familiën, waarin haar kinderen speelnoten vinden. Ze w^erkt meê of tegen door haar vriendenkring, door haar geburen, door haar vriendelijk of afstootend woord.
Maar ook afgezien van den invloed, die bijna onopzettelijk van haar uitgaat, oefent ze soms dien invloed meer rechtstreeks. Er waren toen bekeerde vrouwen, die met Heidensche mannen gehuwd waren, en daardoor een bang leven hadden. Er waren bekeerde dienstmaagden, die in Heidensche families gedrukt werden. Er waren kinderen, die om hun ouders den Doop niet durfden ondergaan. Er waren gevangenen, wien een hard vonnis om des Evangelies wille dreigde. Er werden lasterlijke geruchten uitgestrooid. De toegang tot menig gezin was voor de predikers afgesloten. En in al zulke gevallen nu konden vrouwen van invloed en positie als deze Maria, of ook Persis, zoo ongelooflijk veel doen, om het kwade van Gods Kerk af
Men
gevoelt
te keeren.
dit het beste,
vrouwen, soms tot
als
in het gezin
men nagaat
van
leeraars,
hoeveel
brouwen,
kwaad zulke als
zij
vijan-
dig staan.
Welnu, in dien zin zij het dan verstaan, dat deze Maria van Eome gedaan had voor Gods Kerk, zooveel gearbeid had in den Heere ook al nemen we gaarne aan, dat ze ook door gulle gastvrijheid en door het inzamelen van gelden de Kerk te hulpe kwam. zooveel ;
•Tuist
daarom echter mag ook de type van deze Maria niet te was heel anders dan Maria van Bethanië, heel anders
loor gaan. Ze
11
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's