Het Calvinisme - pagina 152
HET CALVINISME EN DE KUNST.
144
anderen
toch moet ook van de Renaissance beleden, dat ze
zin,
op het heiHg
niet
derde
mijner
deel
Romeinschen
den kring van het
in
bespreek
lezing nader,
de
in
het
maar merk, met opzicht
tot
den
een
Rome
in
met de
derwijs
met name
dat
gegroeid,
die schier al
stijl,
aan de Grieksche kunst ontleende, nauwelijks op
zelfstandigheid van karakter aanspraak kan
de staatsidee
en
staats-
Renaissance
ik
kunststijl, reeds hier op, dat
motieven
zijn
Nu
opkwam.
burgerleven
maar
erf,
den
in
maken; en voorts dat was samen-
religieuse idee
de Romeinsche
keizerstijd toen
kunst haar bloeitijdperk bereikte, en voor den Divus Augustus het
werd geplengd. Staat en Religie
offer
torisch
Doch ook betwijfeld,
geschiedkundige
om
zulk een
uitkomst,
mag
alomvattende
eigen
zou kunnen opkomen. Voor het opkomen toch van zulk
wordt
stijl
van deze
afgezien
of buiten de Religie
kunststijl ooit
een
eenvoudig onhis-
te scheiden
is.
in het ziels-
en zinnenleven van een volk een centraal
motief vereischt, dat geheel het leven van binnen uit beheerscht, en
dientengevolge
centrum
tot
alsof een
in
de geheele kunstbelichaming van
eigen kunst^^ié^A het voortbrengsel van eigen gedachte
ware. Intellectueele kunst
kunst
uit
geen kunst, en Hegels poging
is
de ideeën en gedachten
kunst
zelf der
dit geestelijke
aan den buitensten omtrek doorwerkt. Niet natuurlijk
in.
Ons
te verklaren,
intellectueel,
ging tegen het wezen
nu loopen evenwijdig en mogen daarom
Het
andere worden afgeleid. drang, zijn,
Deze
sfeer.
de ééne
niet
uit
de
één zelfde beweging, één zelfde
is
één zelfde tinteling in den mystieken wortel van ons aan-
die
zoekt.
de
ons ethisch, ons religieus en
ons aesthetisch leven beschikken elk over een eigen sferen
om
in
Ook
deze
de
vierderlei
kunst
naar
buiten
een zijtak aan een hoofdtak, die
niet
is
openbaring
vertakking
reeds uitschoot, maar een eigen tak, die zelfstandig uit den stam
opkomt,
ook
ze het iiaast aan de Religie,
van
ons
veel
nauwer dan aan ons denken of aan ons r//«W^
leven
Vraagt men nu
echter,
hoe
er
al
op elk dezer
van conceptie kan ontstaan, dan in het eindige alleen uit
is
aanzijn, verwant.
vier terreinen eenheid
blijkt telkens weer, dat die
op dat ééne punt
te
vinden
is,
eenheid
waar ons leven
de bron van het Oneindige opwelt. Geen eenheid
in
uw denken
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 212 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 212 Pagina's