Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 93
XXVII.
IRutb»
De gansche stad weet,... dat delijke vrouw zijt.
gij
een deug-
Riith 3
:
11.
Ruth was, toen ze Boaz ter vrouwe en moeder van Obed werd, volstrekt geen jong meisje meer. Ze was toen reeds geruimen tijd de weduwe van Machlon, na met dien Machlon (1:4) allicht een kleine tien jaren gehuwd te zijn geweest. Voor het oosten rekende onder de vrouwen van gezetten leeftijd meê, en het de oudere gestalte van Naomi, die altoos naast haar gedacht wordt, en haar op het blad der Schriftuur zoo jong maakt. Nu is Ruth, evenals Orpa, van afkomst een Heidin. Ook zij toch was uit den diepgezonken volksstam van Moab. Maar ook tot haar was door Elimélech en de zijnen de prediking van Gods Woord gekomen; en, anders dan Orpa, had zij haar hart voor de genade ze
dus
is
alleen
reeds
ontsloten. Bij Ruth was inwendige genade aan de uitwendige genade voorafgegaan. Ze was ééne van Gods uitverkorenen; en als vrucht van die uitverkiezing gewierd haar èn die verborgen roeping in de ziel èn die uiterlijke roeping door Elimélech's huisgezin. In Bethlehem
honger naar brood gekomen, om ook Ruth naar het brood des levens te doen hongeren. Intusschen volgt hieruit volstrekt niet, dat ze reeds vóór het afscheid van Orpa tot zooveel vaster keuze voor den Heere was gekomen. Zelfs kan het best zijn, dat Orpa aanvankelijk den indruk maakte van veel warmer met de rehgie van Chiljon, haar man, meê te loopen.
was
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's