Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 49
47 dat Jaël Sisera doodde, mag dus niet door ons worden toch Pinelias geloofd wordt, omdat hij den Israëde Midianitische hoer aan zijn spies reeg, overmits hierin liet met evenmin mag Jaël gelaakt, omdat een ijveren voor Jehovah sprak ze aan Sisera het Godsgericht voltrok, „Gezegend zij boven In het lied van Debórah heet het dan ook de vrouwen Jaël, de huisvrouw van Héber, den Keniet gezegend zij ze boven de vrouwen in de tente !"
Het
feit,
afgekeurd,
(lelijk
;
:
;
Terecht leggers,
zeggen
dat
Jaël
maar omdat de in
haar verwekte.
Toch mag ze
dan ook onze kantteekenaren, en alle oude uitdeze daad bestaan heeft, niet uit eigen opzet, Geest des Heeren een heiligen ijver voor Jehovah
hieruit niet afgeleid, dat
daarom ook de
wijze,
aan deze heilige bezieling gehoor gaf, van Godswege
is
waarop goedge-
keurd.
toch spreekt het verschil met Pinehas en David te sterk. Pinehas, noch bij David stuit ge op wat zedelijk laag is. Pinehas valt openlijk aan, en David waagt zich met zijn slinger tegen den machtigen Goliath. God zal hen helpen. Maar in dat geloofsvertrouwen staat Jaël niet. Wel voelt ze in zich een onweerstaanbaren drang, om Sisera, den gezworen vijand van God en zijn volk. te dooden maar ze mist den moed en het geloofsvertrouwen, om Sisera openlijk aan te vallen. Geen woord dat hij den levenden God gehoond heeft, komt als bij David over haar lippen en terwijl Pinehas' en David's roem bij Israël blijtt voortleven, sterft haar naam dan ook weg. Jaël was blijkbaar in het minst geen ruwe vrouw. Ze behoorde niet tot de dames de la, Halle, die in de Fransche Revolutie haar tijgeraard zoo vreeslijk deden uitkomen. Eer ontbrak haar de moed. Ze dorst niet. En zoo als het dan meer gaat wie niet sterk is moet slim wezen, zegt het spreekwoord en zoo nam ook zij tot laakbare slimheid de toevlucht. Ze ontving Sisera met een lach om de lippen. Ze reikte hem een beker voor zijn dorst. Ze spreidde het bed voor hem in haar tente. En toen Sisera, 02^ die heilige gastvrijheid steunende, zich in haar tente had te slapen gelegd, toen overdekte ze hem met een kleed, nam een pin der tente met een hamer, en dreef hem die scherpe pin door de slapen dat hij het bestierf. En zoo was het Godsgericht volbracht, waartoe een ijver des Geestes haar had aangedreven maar volbracht op een zondige wijze die Jaël als schuld blijve aangerekend. Zooals Jaël Sisera doodde, verslaat een sluipmoordenaar zijn slachtoffer maar niet de ijveraar voor Gods eere den erfvijand Gods.
Hier
Noch
bij
;
;
:
;
;
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's