Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 29
27
Ze was de vrouw van Jnda's oudsten zoon, Er, geweest; maar Er was een schandelijke man, zoodat God hem doodde, en Thamar als
kinderlooze w^eduwe achterbleef.
Toen had Juda haar aan zijn tweeden zoon, den voor alle eeuwen beruchten Onan gegeven maar deze nóg schandelijker zoon van Juda maakte opzettelijk, dat Thamar geen kind kreeg tot God ;
;
hem doodde weduwe kinderloos ook
in zijn toorn;
en
Thamar
ten tweeden male als
achterbleef.
Toen beloofde Juda haar zijn derden zoon, Sela maar toen Sela op jaren was gekomen, brak Juda zijn belofte; en liet Thamar ;
kinderloos voortleven. Dit nu griefde Thamar. Al haar hojDe was geweest, om moeder te worden van het kind, dat eens Juda's stamhouder zou zijn en dat kind harer hope was haar nu tot driemaal toe, eerst door de zonde van Er en Onan, en nu weer door de beloftebreuk van Juda, ;
onthouden.
Had nu gemeene lust haar man van haar jaren hebben was haar te doen, te worden. En zoo
om moeder
bezield, zoo
gezocht.
zou ze hoererij met een
Doch dat doet
ze niet.
Het
van den erfgenaam van Juda's stam
viel ze toen in de zonde, om Juda zelf tot ontucht verlokken. En zoo werd ze moeder. Moeder van Perez en Zerah. En zoo komt Thamar dan nu ook in het heilige geslachtsregister, evenals Bathseba, voor, als eene der stammoeders van Christus onzen Heere. te
Hier nu omsluiert zich ons aangezicht. Want we verstaan het hoe God de Heere, ter onzer vernedering en tot onze zelfontdekking, de heilige geslachtslinie over twee zulke vrouwen loopen laat opdat niemand zeggen zou, dat de heiliger leden van ons geslacht den Christus hadden voortgebracht, en hij zijn en blijven zou de door God aan zondaren en zondaressen uit loutere genade geschonken Verlosser. Maar toch, het stuit ons heiliger gevoel, als we de geslachtslinie van den Christus in zulke diepe menschelijke wel,
;
zelfverlaging zien ingewikkeld. Juda zoo diep te zien vallen, dat hij zich in een afgelegen streek aan een hoer overgaf; Juda's beide zoons. Er en Onan, zoo diep te zien zinken, dat God ze dooden moest; en Juda's schoondochter tot zoo verachtlijk middel toevlucht te zien nemen, om moeder te worden het doet zoo pijnlijk aan en wel is Gods lankmoedigheid groot geweest, die toch uit dien Juda en uit die Thamar de heilige geslachtslinie van den Messias deed opbloeien. Maar stellig is Thamar de minder schuldige, gelijk Juda dai] ook zelf erkende Zij is rechtvaardiger dan il'. En hoe beslist en onbepaald ge ook haar zondig redmiddel afkeurt ;
;
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's