Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 123
XXXVII.
lRi3pa.
Toen nam Eizpa, de dochter van
Ajja,
eene
zak, en spande dien uit op een en rotssteen, van het begin des oogstes totdat er water
op hen drupte van den hemel
;
en
zij
liet
het gevogelte des hemels op hen niet rusten des daags, noch het gedierte van het veld des nachts. 2 Sam.
XXI:
10.
Rizpa is alle eeuwen door een aantrekkelijke figuur geweest voor wie een daad, waar adel van het hart uit spreekt, weet te waardeeren. En adel van het hart sprak uit deze vrouw. Ze was geen geëerde matrone onder de aanzienlijke vrouwen in Israël, .want ze had zich als .jbijwijf door Saul in zijn harem laten opnemen. Ook meldt de historie niet, dat ze eenige positie van aanzien innam. Alleen schijnt ze ook na Saul's dood Abner buiten echt ter wille te zijn geweest. Van die zijde dus niets dat boeit eer veel dat een droeven indruk maakt en vrouwelijke zwakheid verraadt. Maar bij de lijken van Armóni en Mephibóseth en van de vijf zonen van Michals zuster heeft deze Rizpa een schoone daad bestaan. De zaak was deze. Saul, in wien eigendunkelijkheid hoofdzonde was, had trouwbreuk gepleegd aan de Gibeonieten. Ge kent de Gibeonieten dat Araorietische volk, dat sluw en shm met verscheurde kleederen en beschimmeld brood, als kwamen ze van heel ver, tot Jozua was gekomen en met wie Jozua in onbedachtzaamheid een verbond had gesloten. Hun bedrog kwam spoedig uit. Maar om het gegeven eerewoord, ;
;
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's