Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 74
72
Doch ook hiermee neemt haar schande nog geen einde. Bathseba had, ook toen David haar halen liet, hem in geen geval ter wille mogen zijn. Want stel al, dat ze niet begreep met welk doel ze geroepen werd, toch had ze zelfs in het paleis en in des Konings slaajDk'amer zich liever dood moeten worstelen, dan dat ze in echtbreuk bewilligd had. Ongetwijfeld is dus Bathseba niet alleen de aanleiding tot Davids zonde, maar ook zijn medeschuldige. Ge ziet dat ook aan haar verder gedrag. Want als Uria, haar man, in Jeruzalem terug komt, en 's nachts voor de deur van zijn huis blijft liggen, gaat ze niet tot hem uit, om hem te klagen over verkrachting, nog ook om in tranen haar
—
schuld te belijden neen, ze blijft stil in huis ze vertoont zich niet. nauwelijks is de mare van Uria's dood naar Jeruzalem gekomen, of ze bedrijft wel den ceremonieelen rouw „over haar heer" maar terstond daarop verhuist ze voor goed naar het paleis, om bij Davids andere vrouwen nog als nieuwe vrouw bij te komen. En dat alles gaat zoo snel toe, dat ze de vrucht van haar echtbreuk nog in het koninklijk paleis ter wereld brengt. Of er nu later in haar hart een ommekeer als bij David plaats greep, meldt ons de Schrift niet. Zelfs valt in de H. Schrift al de donkere schaduw op David, en op David bijna alleen om daarna te heerlijker en te krachtiger Davids diepe verbrijzeling van hart en gansch zijn bekeering tot zijn God te doen uitkomen. Maar al voegt het deswege niemand, van Davids schuld ook maar iets af te nemen, toch eischt het Schriftverhaal, dat ook op Bathseba als de medeschuldige worde gewezen. Ook ter waarschuwing voor wie als Bathseba veel vrouwelijk schoon van haar Schepper ontving maar dan ook de ordinantie van haar Schepper hoorde, dat ze als vrouw, en ook als schoone vrouw, kuisch en eerzaam voor het aan gezichte haars Gods verkeeren zou. ;
;
En
;
;
;
XXXIII.
H)e 'G;beï?oïtt0cbe. Zoo zond Joab henen naar Thekóa, en nam van daar eene wijze vrouw. 2 Sant. 14
De
:
2a.
Thekoitische vrouw, die Jolib naar David zond, om vrijspraak te verwerven, is ons het beeld van de vrouw, die volleerd is in de kunst van acteeyen.
voor
Absalom
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's