Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 23
:
HAGAK.
11
oogenblik zegen. Pas is Hagar moeder geworden, of ze kwetst Sarah, en Sarah moet haar kastijden, en zij vlucht, wat aan een slavin verboden was. En als straks ook Sarah moeder is geworden, plant de nijd tusschen de beide vrouwen zich op beider moederhart en op de kinderen over. Ismaël plaagt Isaac. Er komt onmin tusschen Abraham en Sarah, En eerst als God de Heere tusschen beide treedt, zendt Abraham Hagar weg, en vlucht Hagar ten tweeden male. Nu, omdat het moet.
En
hiermede de episode van Hagar niet ten einde. Inteoptreden vormt geen episode, maar wordt een stuk der wereldcjeschiedenls, dat voortduurt tot op dezen dag. Want immers uit Ismaël zijn de Arabieren gesproten, uit Arabië is Mohammed, en zoo is geheel de macht van den Islam, die nu nog in drie werelddeelen nagist, in haar oorsprong aan den naam van Hagar verbonden. En metterdaad, er schuilt hier een nog altoos onbegrepen mysterie. Blijkbaar is die Egyptische maagd, in Abraham's tente, tot de kennisse van den eenigen waren God gekomen. Er is door Gods genade in het hart van die slavin geloof gewekt. Dat geloof heeft zich door de belofte op den Messias gericht. Maanden lang heeft die slavin gedacht en gedroomd, dat ze den stamvader van den Messias onder het harte droeg en jarenlang heeft ze Ismaël voor Isaac aangezien; eindelijk de sluier wegviel en de bittere ontnuchtetot toch
gendeel,
is
haar
;
kwam. Maar toch
ring
bleef ze èn voor èn na die illusie des geloofs in zeer bijzonderen zin een voorwerp van de zorge des Heeren want tweemalen viel aan Hagar een verschijning van den Heere te beurt. Eerst bij Lachai-Roi, toen ze op schuldige wijze gevlucht was, en ten tweeden male in de woestijn van Berseba, toen Ismaël ging sterven van dorst. Nu moet natuurlijk een slavin, aan wie de Heere tot tweemalen verschijnt, en aan wie Hij zoo rijke belofte geeft, een hooge beteekenis hebben in de geschiedenis van het Godsrijk. Duidelijk toch wordt haar bij Lachai-Roi door den Heere gezegd lo. dat de Heere het nageslacht van Ismaël grootelijks vermenigvuldigen zal, zoodat het van wege de menigte niet zal kunnen geteld worden; en 2». dat Ismaël's volk een strijdend volk zal zijn. Zijn hand tegen allen en allen tegen hem. Terwijl de Heere er aan Abraham nog bijvoegt dat Hij Ismaël alzoo machtig zal stellen, omdat hij Abrahani's zaad is. ;
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's