Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 16
!
n.
aöa en
^illa.
En Lamet'h nam zich twee vrouwen: de naam van de eerste was Ada, en de naam van de andere
Zilla.
Gen. 4
:
19.
Op verre na niet alle vrouwen, wier beeld in de H. Schrift geteekend wordt, zijn daarom toonbeelden van godsvrucht en ingetogen zin. De H. Schrift laat de vrouw, evengoed als den man, zien zooals ze is, en toont ons daarom drieërlei: 1^ heur aard krachtens haar schepping; 2^. haar inzinking door de zonde; en 3^. haar opbeuring uit die vrouwelijke ellende door almachtige, goddelijke genade. dat de vrouw in vroomheid den man van nature vergist zich. Althans na Eva is Sarah de eerste godvruchen hoe staat Sarah ook tige vrouw, waarvan de H. Schrift bericht dan niet nog achter bij Abraham Hiermee is nu niet gezegd, dat er ook in die oude tijden niet
Wie nu denkt
vóór
is,
;
nog andere godvruchtige vrouwen geweest zijn, maar ze stonden dan toch in de schaduw. Onder Seth's nakomelingen w^ordt niet één enkele vrouw opgenoemd. Naast de vrome figuur van een Heuoch staat nog geen Deborah of Hannah; en ook, naast Noach, die met God wandelde, wordt Noach's huisvrouw niet eens met name vermeld. Al heeft de Heere dan ook in een latere periode de vrouw meer vooruitgeschoven in zijn dienst; en al slaat bij Maria, in vergelijking met Jozef, de verhouding geheel om; toch blijkt uit Genesis' eerste hoofdstukken duidelijk genoeg, dat waarlijk niet de stille vroomheid der vrouw de wereld gered heeft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's